HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 45

JPEG (Deze pagina), 670.63 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

l
43
4,5 . .
8 Z 4,5 M. of -1-(T L5, dat is 1n ronde getallen 0,3
Z L5, achter den voorkant van het doel. Het spreidings­
I tafeltje geeft aan, dat men dan 34% of á der schoten
'V te kort moet zien gaan. Men kan zich dan tevreden
_ stellen als er van 8 proefschoten 2 of 3 cl. i. 25% of
y 38% te kort worden waargenomen. In het eerste ge-
; val ligt het gemiddelde trefpunt 0,.5 L,0 of 8 M en in
het tweede geval 0,2 L,0 of 3 M achter den voorkant
` van het doel. ·
·Y Acht men dit niet naauwkeurig genoeg, dan bestaat
‘Il'" nog altijd de gelegenheid om het rigtpunt te verplaatsen,
In hetgeen evenwel minder aanbevelingswaardig is.
In den regel toch rigt men op den voet of het 1
F laagste duidelijk zigtbare punt van het doel. Is de juiste
0 hoogte van het doel bekend en wil men later op het
boveneinde daarvan rigten, dan kan men wel nagaan
hoeveel het gemiddelde trefpunt verlegd wordt, doch dit V
vordert altijd meer tijd dan bovengenoemde wijze van
ml corrigeren. Vil men evenwel alleen op een hooger of
lager gedeelte van het doel rigten, dan mist men elk
juist uitgangspunt en stelt zich aan vergissingen bloot.
. Mogt het geval voorkomen dat men te velde volgens ‘
de hoogte spreiding zich wenscht in te schieten, dan
is het gebruik van het spreidingstafeltje hetzelfde, be-
1 behalve dat men dan voor Lao, H5, substitueert en dat
de ligging van het gemiddelde trefpunt, in plaats van iT
voor - in of czckioz den voorkant van het doel, dan
oe1zoo’o7z -- in of öozzm den voet (of het laagste zigtbare
ä punt) van het doel wordt gevonden. E
l 1
1
,; l
l