HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 44

JPEG (Deze pagina), 684.44 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

{
l
E 42
, 2,5
door 25-- 22,5 : 2,0 M. of EB : 0,’l L5, achter den
5 voorkant komen. Uit het spreidingstafeltje ziet men _
i dat er dan 45% schoten als te kort moeten worden _ I
i waargenomen. Komen er nu van de 8 schoten 3 of "
1 4 tekort dan kan men tevreden zijn. Het gemiddelde
i trefpunt ligt dan bij 38% of 50% te kort gaande schoten `
0,2 1,5,:5 M. czeáier den voorkant of juist in den voorkant
(voet) van het doel, zooals weder uit het tafeltje blijkt. I
2. Bij het vuren op 1500 M. is waargenomen dat il ‘
er van de 3 proefschoten 6 of 75% te kort gaan. Uit
het tafeltje blijkt dat het gemiddelde trefpunt dan 0,5 T
L5, ·.: 0,5 >< 16 M. : 8 M. vóór het doel ligt. Be- `
schouwen wij nu het Zweede hierboven door ons gegeven Ii
voorbeeld, (zie blz. 39) dan moet in verband met de grootte . i
van het doel en de kleine lengte spreiding het gemiddelde 3
trefpunt verder van den vuurmond gebragt worden.
Geven wij hiertoe 25 M. of 1%<> meer opzet dan komt
@ het gemiddelde trefpunt 25 -­ S : 17 M, of in ronde
getallen 1 >< L5, aehler den voorkant van het doel. ml
· Uit de spreidingstafel ziet men dat er dan 9% of 1/ii
der schoten te kort moeten vallen en om zulks te con- .
stateren zou men dus minstens 11 proefschoten moeten ,
doen. De ligging van het gemiddelde trefpunt is dan
evenwel zeer gunstig. Men heeft hier dus de keuze of
om dit te doen of om op het oog maar ë°/rw of 12,5 2
M. meer dragt te geven, iets wat ons in de praktijk
niet gebleken is bezwaren te hebben. Doet men het
laatste, dan komt het gemiddelde trefpunt op 12,5 - ä
f
1
A