HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 41

JPEG (Deze pagina), 618.77 KB

TIFF (Deze pagina), 7.05 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

39
het doel liggen, zoo blijven er 37,6%- 17%: 20,6%
treffers voor het 13 M. lange doel over.
Bij 75% te kort gaande schoten, komt men evenzoo
tot het resultaat dat er maar 16,6% treffers zijn.
Voor het geval dat if; en ä- der schoten te kort
gaan, komen er dus opvolgend 5% en 9% treffers minder
­ in het doel dan als de helft der schoten te kort gaat,
f en bovendien hebben deze minder uitwerking op het
doel; vooral bij 75% te kort gaande, dewijl het ge- .
middelde trefpunt dan reeds 12.5 M. vóór den voorkant
· van het doel ligt. *
2. Men vuurt op 1500 M. tegen een doel dat 1,5 M.
l hoog en 17 M. lang is. Wordt L5.,:·l6 M. en de ï
E tangens van den inva1shoek:0,0G aangenomen, dan i
ii is het horizontale doel hier 17 ­{- ig-) X 1,5 : 17 -1- 25:
l 42 M. lang. Is het gemiddelde trefpunt in het midden
” L 42
JW dezer lengte gelegen, dan komen er -­ 2- 1::. 2,6 : _
r L5., 16 p
92% treffers in het doel en 4% gaan te kort; doch om
dit geringe aantal percenten te constateren zou men
, minstens 25 proefschoten moeten doen. ·j
I Dit is ook eene reden, dat al zoude het in som- i
j mige omstandigheden, zoo als hier, voordeeliger zijn
j om minder dan è der schoten te kort te doen gaan, ig
· wij ons ter betere constatering van het juiste aan-
· 1
J tal te kort gaande schoten tot ï als grens bepaald ,.
" i Q
E
[
J
i 2