HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 39

JPEG (Deze pagina), 620.90 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

,,>=v.,.W.....""*"**;.“.....,..,..~..........,...‘i"··~ ·~·‘ ·-e·-·······<··-~···~.:;.;­ ~· ···· ·· ··· . ·
37 gl
I daarom, ten einde verwarring of onduidelijkheid te
vermijden , in de volgende regelen alleen van het ”'
gemiddelde trefpunt spreken.
Om de praktische waarde van den hierboven aan-
gegeven algemeenen regel door een enkel voorbeeld
, aan te toonen, diene het volgende: ë
1. Neem aan dat met een veldkanon op 3000 M. ge-
schoten Wordt; dat de 50% lengte spreiding (L5,) : 25
M, de hoogte van het doel 1,8 M, de lengte 6 M. en de ._
tangens van den invalshoek : ä is, dan vuurt men als
·"` het ware op een horizontaal doel dat eene lengte heeft ?
vanö-i-%><1,3:13M. _
Is het gemiddelde trefpunt in het midden dezer lengte
`
gelegen, dan komen er I-T : 0,52 :. 27,4% treffers in 1
50 ,;
l 1
J het doel en worden er 50% - E- >< 27,4% : 36,3% of
."‘ 1
I omstreeks? der schoten te kort waargenomen.
l Is de voorkant (voet) van het doel gemiddeld tref- l
, punt, dan worden er natuurlijk 50% of de beg! der
schoten te kort waargenomen en verkrijgt men
1 2 L 1 2><13 1 1
­- --1*- -­-:­ 104:-X 1.70/:2', ° 1
2><L50 2>< 25 2><, 2 5 0 08/0
treffers in het doel.
Neemt men 20% treffers als te kort waar, dan j
komen er van af den voorkant van het doel tot aan het
gemiddelde trefpunt 30% treffers over eene lengte van
J
l J