HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 35

JPEG (Deze pagina), 675.08 KB

TIFF (Deze pagina), 7.09 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

,.-....,.-- ~....a.»«--·w«#..­­»­~~­·~~~»­ ~~ - ­-·- ~ M ..‘. , , . M . ‘ · te

j
j 2
r l
33
In de volgende regelen willen wij nagaan hoe men zich
te velde en in vestingen (met de normale lading en
granaten met schokbuizen) moet inschieten en of dit,
‘ zonder belangrijke vermindering der maximum vuur- Q
l' uitwerking, volgens gemakkelijk toe te passen regels
‘ voldoende kan geschieden.
q A. T e velde.
Te velde komen de te beschieten doelen hoofdzakelijk
, voor op 07Zá€é`€7’l0’£ afstanden; de hoogte er van is ge- ;
T T woonlijk gemiddeld 1.8 M. en in den regel zijn zij
geheel zigtbaar. De afstand moet dan geschat en de ;
j opzet voor het eerste schot zoodanig geregeld worden,
ä dat dit Ze kar! valt. Nu vermeerdert men den opzet i
" tot dat het schot Ze wer gaat. Daarna neemt men het
j gemiddelde der opzetten van het te kort en te ver F
gaand schot, die het digtst bij het doel vallen; zoo ,
al noodig wordt deze handelwijze herhaald en ná een .
T zestal schoten is men hoogstwaarschijnlijk globaal inge-
{ schoten; d. w. z., dat er met dien opzet reeds treffers
in het doel komen. Dit het geval zijnde, doet men ‘l
è met den waarschijnlijk goeden opzet 8 à 10 schoten,
ten einde uit het aantal te kort gaande te beoordeelen l`
i waar ongeveer het gemiddelde trefpunt valt en of eene Tj
1 verplaatsing daarvan door vermindering of vermeerdering
van den opzet wenschelijk is. i
( Theoretisch is men het doelmatigst ingeschoten als l
het gemiddelde trefpunt in het midden der hoogte of
lengte van het doel ligt. Wij willen dit door een enkel `
i 3 i

1