HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 33

JPEG (Deze pagina), 698.04 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

_ ,,,_ ‘`"‘‘ """¥­­·­­­­-­·­-­‘·‘ " “
­ lr
. l
· ä
1.
1
l i
` zich ook wel van verdragend en jm`sz‘ sckzkimzl geschut
l voorzien en zoo is het dan dat ook bij de Nederland-
L sche Artillerie lange stalen achterlaadkanonnen van
12 c.M. en 15 c.M. zijn ingevoerd 1).
; Het streven van den Artillerist moet dus zijn om
van deze eigenschap zooveel mogelijk partij te trekken
tot het vernielen of onbruikbaar maken van vijandelijke · I
f doelen; m. a. w. het gemiddelde trefpunt of springpunt
ii der verschillende schoten moet dáár gebragt worden, ;
Wêlëll', I`l3.31‘ gelang V3.I1 OIl1SlIäI1Cllgl1€d€I`l, de IT1€€SlZ€ I`
Q uitwerking op het doel verkregen wordt.
M`? Dit te doen, heet bij de Artillerie zich zäz Ze scázklm.
Van het goed en doelmatig inschieten hangt in groote
{ mate de uitwerking van het vuur af Is men bijv. nie!
j behoorlijk ingeschoten dan zal de eigenschap der vuur- ‘l
` monden van jzrzivi te schieten oorzaak zijn, dat de
uitwerking minder zal of kan wezen dan van minder
juist schietende vuurmonden, voor welke de 50% sprei- j
W dingen igrooter zijn en waarbij men daardoor soms 4
i meer kans heeft het doel nog te treffen. ·
Q Tot opheldering van het hier bedoelde dient onder- l
K staande schets fig. 2,, en 2,, waarin O het gemiddeld
d trefpunt voorstelt. Men is hier natuurlijk m`ez‘ goed
l ingeschoten en daardoor brengt het minder juist schie­ jl
{ tende kanon B nog 9°/0 treffers in de schijf, terwijl
E het andere A geene directe treffers geeft. ,
1) In het algemeen kan men aannemen dat die vuurmond het I
‘ beste schiet, waarbij de 5O°/0 spreidingen voor denzelfden afstand het
kleinste zijn. ·
* j

4