HomeEen woord over "de waarheid" van Generaal Van SwietenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 859.47 KB

TIFF (Deze pagina), 7.60 MB

PDF (Volledig document), 27.97 MB

,2
äï A
(i · A
om machtiging tot het openen der vijandelijkheden te Atjeh,
. A zoodra het tot eene oorlogsverklaring zou zijn gekomen. p
i Ik zou daardoor hebben getoond de verantwoordelijkheid A l
I mijner positie niet aan te durven. Immers (zoo de Generaal
· v. S.) bg de beraadslaging in de vergadering van den Raad
i van Indië was het slechts raadzaam geoordeeld o1n de oor- I
{ logsverklaring eerst te doen na de aankomst der landings-
troepen. Dat was echter slechts een raad geweest die geen
A grootere kracht bezat dan een wensch, die nageleefd wordt `
_ als het raadzaam is, waarvan echter afgeweken kan worden
l als de omstandigheden het vorderen. g
Deze zaak heeft echter een geheel andere gedaante dan
E die, waaronder de Generaal v. S. heeft goedgevonden haar voor ·
, _ te dragen. Ziehier hoe hare wezenlijke toedracht was:
E E In de den 2 Maart 1.873 door den G.G. voorgezeten i
‘ vergadering van den Raad van N.-Indië, ook door de kom- ·
mandanten van land- en zeemacht bijgewoond, werd naar _
aanleiding van berichten, welke ik hier onaangeroerd kan
laten, besloten, dat mün vertrek naar Atjeh zoo spoedig moge- ‘
lgk moest plaats hebben, en geheel onafhankelijk moest zijn van
` het gereedkomen der derwaarts bestemde militaire expeditionaire
macht. Bü die gelegenheid kwam ter sprake wat mij te doen
stond, nadat ik den oorlog-waarschänlük lang voor de aan-
komst dier macht - zou hebben verklaard. Mnn gevoelen
was dat ik met de mij vergezellende zeemacht vóór Atjeh
` moest blijven, ten einde deze de gelegenheid te geven, om
in voorkomende gevallen, waarin dit mocht noodig blüken,
gewapenderhand te kunnen optreden.
Op advies van den kommandant van het leger, wilde l
men -- met uitzondering van den kommandant der zee-
macht - algemeen, dat ik na de oorlogsverklaring van
Atjeh naar Penang zou terugkeeren. ii)
Daartegen kwam ik op. Ik vond het zeer oneigenaardig om
_ na aan Atjeh den oorlog te hebben verklaard van daar
­­ )