HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 32

JPEG (Deze pagina), 759.28 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

30 g '
Zoo opgevat, kan, bedrieg ik mij niet, de studie van de l
Vaderlandsche rechtsgeschiedenis schoone vruchten dragen, __‘
En doet ze dit M. H. Curatoren zoo komt u in de eerste
plaats hulde toe, dat gij reeds fterstond bij de invoering
der nieuwe wet, haar eene plaats hebt verschaft aan de
Leidsche Universiteit. Het is mij een voorrecht, u in naam
der Universiteit die hulde te mogen brengen. En niet
minder aangenaam is het mij, in de gelegenheid te zijn
u openlijk mijn persoonlijken dank te betuigen voor uwe
medewerking tot de benoeming, die mij in staat stelt mij
onverdeeld te wijden aan de beoefening en verbreiding
van de wetenschap die ik lief heb. VVeest overtuigd dat
het mij aan het inzicht van de moeilijkheid der taak die
mij wacht en aan den ernstigen wil om die naar eisch te
vervullen, niet ontbreekt.
M. H. Professoren. Mijn vroeger verblijf te Leiden had
mij reeds het voorrecht van kennismaking met de meesten ig
uwer verschaft; maar gij allen, ook voor zoover eerstmijn j,
nieuwe werkkring mij met u in aanraking bracht, hebt f
mij de meest welwillende ontvangst in uw kring bereid. "
Ik dank u. Ontvangt de verzekering, dat ik tot het voort-
bestaan van die onderlinge welwillendheid steeds hoop meê
te werken.
Geachte collega’s in de juridische faculteit! Tot de 1nees­
ten uwer heb ik opgezien van de collegebanken. Denkt
niet dat ik heb opgehouden dit te doen, nu ik naast u
heb plaats genomen. Blijft mijne professoren in de kunst,
om bij de beoefening van een onderdeel onzer wetenschap
het geheel in het oog te houden en zonder eenzijdigheid
te waardeeren.
Dat gij mijne vrienden wilt zijn, hiervan heb ik bewij­ l;
zen te over, en gij weet dat ik geen vriendenhand liever
druk dan de uwe.