HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 29

JPEG (Deze pagina), 753.15 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

27
V zelve het geschil deden uiteenzetten. Na door eigen aan-
aanschouwing tot een duidelijke voorstelling van de zaak
te zijn gekomen, trachten deze partijen tot eene dading te
bewegen hen vermanende tot vrede, ,,eenicheyt ende ge-
buyrsaemheyt, met een waerschonwen van te wedersyden
hen te willen wachten om soo cleyne saecke niet te
geraecken in partieschap, twist, oneenicheyt en geding,
gemenelijken strekkende tot groote costen, schaden en
interessen ende grooten haet, nyt en meerder quaden voort-
A brengende.” Eerst wanneer de vertoogen van schepenen
geen ingang vinden, worden aa.n partijen geopent ende te
vooren geleyt de wegen van justitie. Men behoeft echter
de Leidsche bunrquaestiën­b0eken slechts in te zien, om tot
de overtuiging te komen, hoe zelden dit geschiedde en hoe
meestal de samenkomst werd besloten met eene schikking,
· die in schrift gesteld aldus eindigden dat syluyden hiermede
j sullen weesen ende blijven goede gebuyren ende vrienden." ‘
_ Men mag vragen, verdient navolging dezer instelling
voor den wetgever geen overweging?
Maar niet alleen voorbeelden ter navolging, ook af- E
schrikkende kan hij in het oud vaderlandsch recht vinden.
Er gaan soms stemmen op tot herstel van het leekenele- -
ment in de burgerlijke rechtspleging. Geen wonder. Het
groote publiek, hoewel bescheiden erkennende dat het in
de wet niet thuis is, twijfelt in zijn binnenste weinig
aan zijne bevoegdheid om over het recht te oordeelen.
Dit geeft aanleiding, dat waar de rechtspraak in. vele op-
zichten aan het publiek niet bevalt, de vraag wordt ge-
daan, ligt niet de schuld aan de juristen? Verdedigen deze
niet stellingen, die het publiek (dat het toch ook weet)
~ niet begrijpt? En is het dan vreemd dat soms het ant-
woord luidt: ja! weg met hen! _
WVic weet of niet vroeger of later ook in onze wetge-