HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 21

JPEG (Deze pagina), 716.13 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

H 19
` voorbeeld hebben nagelaten, hoe men een gegeven recht
H in bijzonderheden moet toepassen en consequent; ontwik-
_ kelen. Het is zeer te betwijfelen of men voor deze leer-
, school ooit eene betere in de plaats zal weten te stellen.
Ik althans kan mij geen rechtstudie denken, waarvan niet
R, het Rom. recht de aa is.
En het mag dit zijn, mits het, dit voeg ik er in een
adem bij, nooit de w tevens worde. In die casuistiek ligt
bij hare groote voortreffelijkheid tevens cen groot gevaar.
. Het is zoo gemakkelijk, op een moeilijke vraag het ant-
I woord gereed te vinden, zoo verleidelijk dit over te ne-
_ men, vooral wanneer het met Papiniaansche scherpte is
geformuleerd. En is het dan wonder, dat ook nn nog, niet
alleen waar het pas geeft, maar ook waar het volkomen
. misplaatst is, zoo vaak een videatur lex - Pand. voor
argument geldt? Wonder niet, maar te betreuren zeker en
te bestrijden ook.
A Of meent gij M. H. dat ik overdrijf? Och gaat dan de
pleitzaal eens binnen. Negen kansen tegen één, dat ge er
de vraag aan de orde zult vinden, die voor den uitslag
H van zooveel processen beslissend is: wie moet bewijzen?
Die zoo belangrijke quaestie omtrent den bewijslast,
Al denkt ge, zal toch wel reeds eene grondige oplossing ge-
A vonden hebben. Och arm! wat bedriegt ge u. Actori in-
cumbit probatio. Ei incumbit probatio qui dicit, non qui
negat. Reus excipiendo fit actor. Ziedaar de oplossing.
j Ge wilt u dan tot de schrijvers wenden? Ik bid u leest
. VVeber, Heffter, Maxen, of liever ik bid u zoo het u om
ä licht te doen is, leest ze niet, bepaalt u althans niet tot
· die lectuur. Ook hier dezelfde pandecten­regelen, met tal-
J« looze vermeerderd, maar eene oplossing die uw waarom
doet verstommen, zoekt ge te vergeefs, althans zoo het u
gaat als mij.
. ,
l