HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 20

JPEG (Deze pagina), 736.24 KB

TIFF (Deze pagina), 6.92 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

18 '
rechtsgeschiedenis nagaat niet slechts de gelegenheid, maar ·
de ontwikkelingsgang dien hij voor zich ziet en de samen- H
hang hiervan met den socialen vooruitgang, zijn ook zoo _
treffend, dat zij zij zijne aandacht niet kun nen ontgaan ä
en hem dwingen tot oplettende beschouwing.
lx
Die beschouwing biedt vruchten aan alle zijden. Haar
grootste aanbeveling is wel, ik mag het zonder schroom
ll zeggen want het is onbetvvist, dat ze kan dienen als
tegenwicht tegen Roxneinsclrrechtelijke invloeden. j
Ik heb zooeven opgemerkt, dat het Romeinsche recht I
ï reeds sedert eeuwen heeft opgehouden een levend recht _
te zijn.
j Deze opmerking moet niet worden misverstaan. Het g
ïj hield op te leven, in dien zin, dat het de organen miste,
g die het de levenssappen moesten verschaffen. Zijn wortels
waren gekapt, het stond niet meer in verband met een
al bodem, waaruit het groeikracht kon zuigen. Het hield ‘
niet op te leven, in zoover het de hulp en troost bleef
van de juristen, die zich onder den breedgetakten boom
i schaarden, om hier een nog smakelijke vrucht te plukken,
” daar een nog frisschen geur op te vangen; ook wel
Q eens, meirmoet het erkennen, om de naaktheid hun- 1,*
ner geesteskinderen achter het nog frissche groen te ver-
l bergen.
{ Het `Roin. recht zooals wij het kennen, levert eene
D casuistiek zoo rijk, dat we ons bijna geen Romeinsche
rechtsvraag kunnen denken, die er niet althans implicite Y
eene oplossing in vindt.
j En niet alleen rijk is die casuistiek, maar tevens zoo .
i scherpzinnig, dat we niet zonder bewondering daarin het «
oog kunnen slaan. En aan onze bewondering paart zich
dankbaarheid aan hen, die ons een wellicht onovertrefbaar H
é ‘ s