HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 18

JPEG (Deze pagina), 784.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

16
blik het oog op ons eigen vaderland, dan behoef ik u niet
te herinneren, dat, terwijl overal, niet het minst in Fries-
land, de Germ. beginselen er een eigen baan braken, de
richting dier baan niet altijd onafhankelijk bleef van den
weg door anderen ingeslagen; hoe b.v. onder de Bourgon-
dische graven het Fransche, onder de Oostenrijksche het
Duitsche recht op sommige onzer instellingen zoo al niet j
hun stempel drukten, dan toch sporen van aanraking
achterlieten. Gij gevoelt verder met mij, welk eene rijke
bron voor onderzoek de grootere en kleinere afwijkingen 4
opleveren, in handvesten door dezelfde heeren aan onder-
scheiden steden verleend. l
Gij bewondert met mij de krachtige ontwikkeling van
j ons handelsrecht. Niet minder treft het u, hoe aan den
l eenen kant de steden, gebruik makende van hun recht j
j van willekeuren, waarop zij zoo prat waren, elkander
· _ soms, ik zou haast zeggen niet de grootste naïveteit na- il
volgden; hoe aan den anderen kant hoogst practische, oogen-
schij ulijk volkomen Germaansche rechtsinstellingen, in enkele
provinciën tot eene hooge mate van ontwikkeling klom-
men, zonder dat men er in andere belangrijke sporen van
aantreft. L
Bij het eerste denk ik onwillekeurig aan de keur van
F schout, burgemeesteren en gerecht van Oudewater, die in ·
1468, alsoo sy inder waerheyt vernomen hadden, dat bij
zekere ambtsverrichtingen het gerecht te Leiden een men- {
gelen wijns, elders een witten stuiver ontving, ook voor
zich bij die gelegenheden een witten stuiver eischten. t
Bij het tweede o. a. aan het erfhuisrecht, waardoor in *
sommige provinciën op zoo uitnernende en eenvoudige wijze
gedurende den tijd die aan de definitieve beslissing omtrent _+
het erfrecht voorafging, werd zorg gedragen voor de rechten lf
van diegenen welke elkaar eene opengevallen nalaten-