HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 13

JPEG (Deze pagina), 742.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.88 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

i
w
J 11
De oudste berichten omtrent de Germanen tot ons ge-
‘«¥ komen, zijn èn vrij betrouwbaar, èn zee1· gewichtig.
Zij zijn betrouwbaar. Wij danken ze voor een goed deel
aan de Rom. die het grootste belang hadden bij nauw-
keurige kennis van de volken welke onder hunne heer-
iê schappij waren te brengen of te houden, en van hunne
instellingen. De eigenaardigheden der Germ. zeden en ge-
bruiken konden hun aandacht niet ontgaan.
p Maar in de tweede plaats zijn wij in staat deze Rom.
lt berichten aan andere te toetsen. Cmstreeds 500 a 800
W n. Chr. toch, hebben verschillende Germ. stammen hun
e recht beschreven. Zij vonden hiertoe 0. a. aanleiding in
$ hunne verhuizing, in de vrees dat de kennis van hun recht
W. door hun aanraking met anderen zou verloren gaan.
Reeds deze aanleiding geeft grond om te veronderstellen
i dat het opgeteekende vrij zuiver de oude instellingen weêr­
gaf, vooral daar, waar tusschen de beschrijving van het _
E recht en de aanraking met andere stammen weinig tijd C
verliep.
Bovendien, op vele punten stemden in hoofdzaak alle
i leges barbarorum overeen. De waarschijnlijkheid nu, dat
. de verschillende stammen reeds vóór het ontstaan dezer
volksrechten vele instellingen en gebruiken aan elkaar
hebben ontleend, is uiterst gering. Waar dus die overeen-
stemming bestaat, hebben we veeleer te denken aan in-
stellingen aan de Germ. van ouds gemeen en welker kennis
i kan strekken tot aanvulling en verklaring van hetgeen
g ons door Caesar, Tacitus en anderen is meêgedeeld.
Te eerder mogen we aan de oudheid van vele in-
` stellingen en bepalingen gelooven, wanneer we ze terug-
li vinden in de Scandinavische rechtsbronnen. Deze, hoewel
van jonger dagteekening, hebben ook in dit opzicht voor
i ons groote waarde.