HomeGronden voor de beoefening der Germaansche rechtsgeschiedenisPagina 11

JPEG (Deze pagina), 767.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 24.44 MB

9
standpunt hebben te plaatsen, daar vertoont zich de studie
j van het oudvaderl. recht en zijne geschiedenis, of laat ik
liever zeggen van de Germ. rechtsgeschiedenis, in een geheel
ander licht. Vooral van dit standpunt moet het helder in
het oog vallen, dat voor wie den naam van jurist met
recht wil dragen, die studie niet slechts vruchtbaar, maar
zelfs onmisbaa1· is.
Om dit aan te toonen kom ik allereerst terug op wat ik
zooeven opmerkte omtrent den voortgang van het recht.
‘ Dit ontstaat niet plotseling zeide ik, maar groeit en ont-
wikkelt zich voortdurend. Het is een eerste eisch aan
·· den jurist te stellen, dat hij dit wete en begrijpe. En
dit begrip kan hij slechts putten uit de rechtsgeschiedenis.
Maar is, zal menuwellicht vragen, voor dit doel de be­
‘ oefening der historie van het Rom. recht, die waarlijk
1 tot heden niet verwaarloosd werd, onvoldoende? Zeer
K _ zeker is ze dit. We kennen ze niet dan zeer onvolledig
l en ze is te spoedig afgebroken. Van voor de 12 tafelen is
H ons weinig bekend. Aan deze wet schijnt Grieksche in-
` vloed niet geheel vreemd te zijn geweest, maar dezen
invloed in bijzonderheden na te gaan is ons niet gegeven.
l Omtrent het Rom. recht in zijn bloeitijd zijn betrekkelijk
weinig berichten onverminkt tot ons gekomen. Eerst
j daarna beginnen de zuivere bronnen rijker te vloeien. De
Rom. kenden ja een Jus Gentium, dat oorspronkelijk voor
de vreemdelingen bestemd, weldra ook voor de cives Rom.
lj naast hun jus civile gelding verkreeg, maar van werke-
; lijk geleidelijke wijziging van het recht der Rom. doo1· hun
i aanraking met andere stammen geeft het ons geen beeld.
i Het voegt veel nieuws toe, maar zonder daarom het oude
te veranderen. Het is in oorsprong en wezen Romeinsch
als dit laatste, zij het ook uit nieuwe behoeften en deels
in andere streken geboren; beide volgen verschillende