HomeHet doel en de methode der wetenschap van het koloniale rechtPagina 6

JPEG (Deze pagina), 807.67 KB

TIFF (Deze pagina), 7.38 MB

PDF (Volledig document), 20.18 MB

n ~· , Y
jl ,. fi`,. §
p , ,...F° , 4
i grijp ik, nu eenmaal de wenschelijkheid eener openlijke aan-
vaarding van het ambt van Hoogleeraar door de regeering is
j uitgesproken, gaarne de mü aangeboden gelegenheid aan om ’
in korte trekken de beginselen te ontvouwen, die bij het
i vervullen mijner taak zullen leiden, en U met mijne inzichten
l ‘ bekend te maken omtrent >>het doel en de methode van de 5
L wetenschap van het koloniale recht."
l 1
O >> Het koloniale recht." Wanneer ik mij niet bedrieg, dan
· roept deze benaming bij U eene vraag op de lippen, die van `
N mij eene nadere omschrijving eischt van den term, dien ik be- T
zigde. zoekt in de wet op het Hooger Onderwijs te ver- i
geefs naar eene uitdrukking, die met de door mij gebruikte
woorden overeenkomt en vraagt mü, wat ik dan daaronder ,
versta. Gaarne geef ik u de verlangde opheldering, die ons het l
terrein zal doen kennen, waarop ik voornemens ben, i
voortaan te bewegen. .
Gelijk overal, is ook op het gebied van het Hooger Onder- O.
wijs eene groote neiging merkbaar tot verdeeling van den ar- U
beid, opdat ieder beoefenaar der wetenschap ongestoord zijne
krachten kunne wijden aan eene taak, die hij in haar geheel
vermag te omvatten. Gewis, die richting heeft hare groote
schaduwzijde: te ingespannen betrachting van slechts één boom "
doet ons zoo licht het geheele woud vergeten. Maar wanneer ,
men dat gevaar kan vermijden en den band niet uit het oog -_
verliest, die de verschillende deelen derzelfde wetenschap ver- .
eenigt, dan moet, naar mijne bescheiden meening, die split-
sing op het gebied der rechtsgeleerde wetenschappen tot vrucht- ·
bare gevolgen leiden. De vraag doet zich echter voor, welke j
de kenmerken zijn, die aan een deel dier studiën recht geven A
op zelfstandige behandeling, zoodat zij ophouden slechts als
een onderdeel van een ander hoofdvak haar bestaan te vinden?
Voor vele deelen der rechtsgeleerdheid is die vraag praktisch 9
·ä
l
4,
i
ll