HomeHet doel en de methode der wetenschap van het koloniale rechtPagina 25

JPEG (Deze pagina), 791.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.50 MB

PDF (Volledig document), 20.18 MB

l .

23 .
j ten en van het genotene te droomen; allicht ook nieuwe
E vriendschapsbanden door ons aangeknoopt. Maar daar ligt ook
het steile pad, dat ons zoo menigen zweetdruppel kostte - en
f misschien zijn het ook herinneringen van droeven aard die ons
3 daar vervullen. En toch, al kunnen wij met zekerheid voor-
i spellen, dat ons op den verderen weg nog grooter genot wacht,
toch kost het ons een enkele zucht, als wij voor goed af-
scheid nemen en ons op het onbekende gebied begeven. A
’ Op een dergelijk punt sta ik nu. Negen jaren geleden be- ï*
. ‘ j gon ik den weg te bewandelen, dien ik nu verlaat. Al ont- ’
moette ik daar veel, wat ik liefst had vermeden, toch is de
E herinnering aan dien tocht mij dierbaar, omdat zij mij gaf, wat i
I ik bovenal op prijs stelde: uwe sympathie, leerlingen en oud- ·
{ leerlingen der Itijksinstelling. Ik heb er behoefte aan, U dank
te zeggen voor de vele en treffende bewäzen, die ik van uwe `
vriendschap mocht ondervinden. Zij heeft mij veel leeds ver- .
zoet. En zoo het besluit van den gemeenteraad, om de oplei- E
t ding voor Oost­Indische ambtenaren aan eene Leidsche inrichting
te verbinden, mijne persoonlijke instemming heeft gevonden, zoo j
l is dit niet het minst omdat ik daardoor in betrekking kan ;
j blijven met hen, die zich aan den burgerlijken dienst in Indië
j willen wijden. Het is dan ook geen ijdel woord, wanneer ik ï
3 U, Curatoren der gemeente­instelling de verzekering geef, dat L
U ik mijn plicht niet zal verwaarloozen jegens hen, die aan
mijne zorgen wilt toevertrouwen.
I En nu de onbekende weg die voor mij ligt! Met vertrou-
wen, mijne Heeren Studenten, ga ik dien betreden. Met ver- j
j trouwen, omdat ik weet dat gewoon züt o1n hem met
? hartelükheid tegemoet te komen, die bereid is zijne beste ver-
L · mogens aan U te wijden. Daartoe bestaat bij mij het heilig
j voornemen. De faculteit, waartoe ik thans behoor, draagt er
roem op, steeds in de beste verstandhouding te zijn met hare {4
j leerlingen. Ik heb hoop dat ik die verhouding niet zal verstoren.
E
5
F