HomeLiberalisten en JodenPagina 31

JPEG (Deze pagina), 777.57 KB

TIFF (Deze pagina), 5.57 MB

PDF (Volledig document), 24.88 MB

X
· ff 29
i
' kom bewijs, dat de Jodenquaestie ook mannen van indruk-
wekkender naam heeft verontrust.
, 2. De Joden vormen, ondanks hun pogingen tot refor-
matie en hun onderling versc/zil van godsdienstige zienswgze,
6 _ een goed gesloten `pbalanx, die door baar geestelijken in-
, vloed op het Liberalisme, aan het streven dezer oöterie een
{ fanatiek, zeer bepaald den Christus vgandig, karakter leent. i
Gedeeld zijn de Joden. Ge vindt onder hen een ortho-
j doxe groep, die nog aan Thora, Talmud en Minhag vast- j
j houdt. Een groep Reform­Joden. die alleen het geestelijk '
i pit dezer overleveringen eert. En eindelijk een groep Li-
j bertijnen, die zich aan niets meer stoort.
` Q Maar hoe sterk de Joden, des ondanks, hun aanhoorig­ r
j heid tot eenzelfde nationale existentie gevoelen, blijkt èn
3 uit wat we in hun huwelijken en armverzorging dagelijks L
f voor oogen zien, èn o. a. niet minder sterk uit de geheime _
orden, die, zoo als de B’nai B’rit/z, de strekking hebben, ·
j om in den trant der Vrijmetselaarsloges, onder het zegel =l
l van stipte geheimhouding, al wat maar Jood van oorsprong
is door strikte discipline in deugdelijk organisch verband te '
zetten, vooruit te helpen en te beschermen.
. Uitteraard is zulk een keurcorps in de als zandkorrels
Y aaneenhangende cöterie van het Liberalisme een macht, die
op het karakter van haar streven invloed oefent. l
Niet echter alsof die invloed duurzaam kon zijn. l
_ , Integendaal, het Liberalisme is tegen God, het Jodendom j
niet tegen God maar alleen tegen den Christus gekant. De ‘
diepste gedachte van het Liberalisme is aan alle geloof vijandig, j
­' terwijl der Joden murmureering alleen het geloof wil uit-
roeien aan het Kruis. En dit maakt, dat juist de Joodsch­
j liberalistische pers, zoo hier te lande als elders, ill bond
, met de moderne predikanten, tegen niets zoo fel gekant
j is, als juist tegen de oordate belijders van den Christus.
j Moens, Godefroy, de Meijier, en wie er meer onder de
j Kamerleden bij voorkomende gelegenheden als leekenpredi­ ,
; kers van het modernisme optreden, zijn volstrekt geen on- l
j godsdienstige menschen. Eer integendeel zouden ze, kwam
i het er op aan, voor het algemeene Godsgeloof tegen Kap- l
j peyne’s spotternijen in de bres springen. Maar, geldt het i
6
_ jl