HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 84

JPEG (Deze pagina), 913.84 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

t
82
tensie, die in andere landen, met een geheel andere bodem- il
gesteldheid, zeer doeltreffend kan zijn , in onze polders willen 1
overbrengen, waar zij onmogelijk aarden kan. Die vreemde
plant zou, dank aan die terreinen, zoo niet door ons, dan door i,
den vijand, zoodanig met water worden lastig gevallen, dat °
nooit tot den gehoopten wasdom kwam.
Dit uit het oog verliezende, heeft de hoofdbeginselen.
die bij het in staat van verdediging brengen der Nieuwe Hol- A,
landsche Waterlinie tot dusver steeds hebben voorgezeten, haar
` , hoofdzakelijke inrichting, veroordeeld; maar, zooals wij ho- -·
pen duidelnk gemaakt te hebben, heeft hij ze ten onrechte
veroordeeld. - ’
valt de voorgaande VTets-Ontwerpen, waarvan de Wet
van 18 April l.874 een uitvloeisel is, aan; terwijl zij in Vel'- ‘r
band met die terreinen, gestreefd hebben, binnen de perken
der 1'inancieele kracht, zooveel doenlijk de gebreken der Nieuwe
Hollandsche Wate1·linie --- en heeft gebreken ~·- te veron-
zijdigen. `Wat krijgen wij er echter voorin de plaats: nieuwe
Forten en nog eens nieuwe Forten. Ruim 7 millioen (wellicht
10) meer, alleen voor de versterking der Nieuwe Hollandsche i
Vllaterlinie gevorderd, zonder, wij herhalen het, kans op eenig .
beter resultaat in oorlogstijd. j
’t Is dan ook vooral omdat zijn beginselen. ons gevaarlijk Q
toeschijnen, dat wij, waar ’t zulk een belangrijke çzaak geldt,
het de moeite waard vinden, te trachten ze te weerleggen. ·
Buitendien wil hij echter, bij veel gewichtige quaestiën, den
lezer als ’t ware dwingen >> op gezag van Kainos" tel geloo·
ven : dat is goed, dit is slecht; wij hebben zulks, als iets
zeer verkeerds, trachten aan te toonen. Wij hebben te11 minste
getracht te bewijzen, dat tegen zijn zonder betoog, of zonder
voldoend betoog, geopperde beweringen, zooveel was in te
t brengen, dat er niet de minste reden bestaat, om onvoorwaar­
delijk zijne, als machtspreuken geopperde ineeningen aan te
nemen. Veel verder konden wij daarbü niet gaan, omdat ons
de noodige gegevens ontbreken.
Kainos is dan ook, naar wij meenen. in zijn brochure te ver .
gegaan. denkbeeld omtrent een door hem gewenschte in-
richting der Nieuwel Hollandsche VVaterlinie had hij kunnen
voordragen; -de voordeelen er van boven de tot dusver voor- {
gestane inrichting, hadjhij kunnen trachten in het licht te
stellen; zonder daarom in het veroordeelen te vervallen van i
alle vroeger voorgestelde maatregelen; iets waarvoor hem,
i
t