HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 79

JPEG (Deze pagina), 814.80 KB

TIFF (Deze pagina), 6.96 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

L
ti
77
I er een vergelijking kunnen gemaakt worden met de uitwer-
king van het boven de stuw gelegen, steeds tot ongeveer ­g­ 2
opgezette riviergedeelte, dat met een geringe snelheid, in den
V. zin rivier- afwaarts, tegen de keering botst.
ii Ons ontbreken daartoe de gegevens en daar dit werk zoo-
lang een Regeerings-voorstel is geweest, zijn dan ook
overtuigd, dat die quaestie onderzocht is geworden en 1nen
r daarin geen aanleiding heeft gevonden dit hulpmiddel niet
voor te stellen.
Wij maakten er dan ook hier alleen melding van, om de
aandacht van den lezer er op te vestigen. Zou, i11 dien toe-
stand niet tevens, bij een eventueelen bouw, een aanwijzing
liggen, om met het plaatsen van de keering (ribben) een
aanvang te maken een weinig voor hoog water, teneinde de
( volle drukhoogte te bezitten het volgend vloedtij ?
Nu nog tenslotte een woord over de onderwaterzettingen,
welke zulk een belangrijk hulpmiddel in onze defensie kun-
‘ nen zijn.
jj VVij zijn overtuigd, dat al die hooge peilen, zooals ze op
( _ de reeds aangehaalde kaart (1) en gedeeltelijk ook door Kainos
( (+ 1.55 benoorden de Lek) worden vermeld, ja wenschelijk
‘ zijn tegenover een geregelde attaque, 0111 ’t aanvalsterrein
te beperken; maar dat bn een behoorlijke stormvrijheid der
Werken, met veel (2) geringere peilen ’t begin van de verde-
diging is vol te houden. Trouwens dat is bekend, en meer-
malen gezegd.
Maar is het aan den anderen kant niet veel beter, juist
omdat er met voorbereidende maatregelen (men denke b. v.
aan de bewoners der te inondeeren landen en hun belangen)
` zooveel tijd, ten nadeele van het onderwaterzetten, gemoeid
zal zijn, de zaak niet te licht te beschouwen? meenen
dat men zulks moet toestemmen; dit te meer, omdat alle tijds-
j berekeningen toch gegrond zijn op allesbehalve, in elk opzicht
· proefondervindelijk uitgemaakte stellingen.
v 1/Vaar dus de Regeering over benoodigden tüd moet oor-
deelen, in verband met een eventueele werkelijkheid en niet
El
·· -·-·--- »···» ·
l (1) Zie het vroeger genoemd Verslag der I’ere:·nigi¢zg ln! benefmziwy wm
K7‘2:7gSZ08[€72«$(‘hlQ[)[/FH.
. (2) Bctrekkclijk; maar b. V. 0.25 lVl. verlaging ol' verhooging geeft, in verband
met de oppervlakte, reeds een aanzienlük vcrsehil in vewiselite hoeveelheid.
l