HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 77

JPEG (Deze pagina), 891.41 KB

TIFF (Deze pagina), 6.90 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

1
vs
gegevens ontbreken. Maar ’t is toch aan te nemen, dat de
Regeering voldoende voordeelen vroeger in die uitgave van
V 8 ton (laat het tegenwoordig meer zün) zag. Zij kan ten minste
de gegevens, on1 dit te beoordeelen, bezitten, dunkt ons;
, moet nu Kainos maar geloofd worden in den werkelijken zin `
van geloovem; d. i. zijn meening aannemen op gezag? ;
Neen, al kennen wij den Schrijver nog zooveel talent toe, ,
wat blijkt uit de aandacht, waarmede zijn brochure gelezen
hebben; in dergelijke aangelegenheden geloovcn wij nooit, '
. maar 1noete11 het uit de cijfers .kunnen ophalen. Daartoe stelt ·
j hij ons niet in staat: zijn aanprijzen of V€1'OO1‘(l€GlBT1, heeft `
voor ons dan ook hier maar een zeer betrekkelijke waarde. l
A Wilde men omtrent de stuw nog een vraag stellen, het
zou cr een kunnen zijn onafhankelijk van bouw, onderhoud ,
of vijand, maar met het oog op den eenigszins anderen toe-
jï, stand, waarin hier de stuw zal zijn, dan dergelijke op be-
jïl paalde bovenrivieren uitgevoerde werken.
_ Zooals toch bekend is, doet zich de invloed van de vloed-
golf, het dan ook weinig , nog gevoelen te Vreeswijk,
I derhalve ook ter plaatse, waa1· de stuw gemaakt zou worden.
Wel is waar, is aldaar geen stroom rivier-opwaarts merk- »
baar en komt de vloedstroom dan ook, in gewone täden,
niet veel verder dan Schoonhoven; maar, gelijk me11 weet,
hangt het eindpunt, waar die strooming rivier-opwaarts nog
bestaat, behalve van de het Zeegat voorbütrekkende vloedgolf,
vooral af van het verhang der rivier. waar zij tegen oploopt,
van de door die rivier afgevoerd wordende hoeveelheid water.
ls nu de stuw gesteld en laat men het uit het Zeegat,
de volgende vloedtijen, aangevoerde water een oogenblik buiten
beschouwing, dan zal er benedenwaarts van de keerende stuw
weinig verhang, weinig afvoer zijn. Men kan het dus als
hoogst waarschünlijk beschouwen, dat ook de keering der stuw
benedenwaarts, aan werking van den vloedstroom, rivier-
opwaarts, onderworpen zal worden.
Den invloed dier werking op de gestelde keering te be-
grooten , valt dezerzüds te moeilijk ; daartoe ontbreken ons ook
de noodige gegevens. Slechts het volgende merken wij op.
In ’t algemeen zal de gestelde stuw minder wijziging bren-
gen in de gemiddelde waterstanden {zonder stuw), naarmate
~ de te beschouwen plaatsen meer stroomafwaa1·ts zijn gelegen.
E) Die wijziging zal grootor zijn te Krimpen, dan te Rotterdam;
P
l
Q
l