HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 74

JPEG (Deze pagina), 881.89 KB

TIFF (Deze pagina), 6.87 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

ä =/
72 g
»niet langs een anderen weg prijs geven? Onze rivieren hebben
»een snelheid, die zelden 1 M. per seconde," enz. (Volgt een
` beschouwing over een snelheid van 2 M., die steenen van 5
; 0. rl. meevoert, en over ee11 snelheid van 3 M., terecht ge-
t noemd »courant impétueux auquel rien ne rdsiste). t
j >> Het is onze ernstige vrees" -­ vervolgt hü - » al kunnen X
j » het niet met cijfers staven, dat reeds de middelbare rivie1·-
j >> stand zooveel verval, zooveel snelheid zal geven, dat men ‘
>>de sluizen gedeeltelijk zal moeten sluiten; het schijnt ons `
F >> mogelijk, de stelling te verdedigen, dat b.v. met een water-
E >>sfcmd II! R. de inondatiën niets spoediger gesteld kurmen wor- E
L >>«.ten, dan met een waterstand vtm 0.50 of wellicht l meter + .
( >>M.R. (Kainos oursiveert.) Hieruit zal dan volgen , dat een
` »stuw niet het met oplevert, dat men er zich van voorstelt, enz."
Derhalve, zoo besluit hg hieruit, een sluis te Schalkwijk l), Q
waaromtrent hij nog vermeldt (blz. 98) » alles leidt er dus toe,
» om deze nieuwe prise d’eazt te stellen boven een stuw in de r
»Lek, en als men nu in aanmerking neemt, dat deze laatste ,
>> door den Minister VAN STIRUM op büna 8 ton gouds is begroot W
»en dat onze sluis en kanaal zeker wel voor de helft van die je
»som gemaakt kunnen worden, dan wordt hier tevens nog een ·!`
" >> aanmerkelijke besparing van kosten gewonnen." ‘
Toen wij van die snelheden lazen. hebben wij eens nagegaan ’
eenige prolielen van den Vaartschen Rün, niet ver van de {
J sluizen te Vreeswijk. en bevonden , dat de straatweg Vreeswijk---
Utrecht aldaar zulk een peil heeft, dat op den Vaartsohen Rijn (
binnen de sluizen, een peil van hoogstens ­|­ 2 kan worden _
toegelaten; eerder iets minder.
Daarvandaan gewandeld naar den singelweg om Honswük, l
vonden wij dat daar, waar ’t inondatie-kanaal de Fortgracht
verlaat, ook al bij ’tinondeeren een niet veel hooger peil dan ,
-4- 2 a + 2.3 ongeveer kan zijn. Kainos heeft het goed ge-
raden, dachten wij dadelijk; hij beschouwt de stuw om lage
rivierstanden, te Vreeswijk, en Honswijk ongeveer tot M. R. ‘
(gedurende de 6 zomermaanden) te verhoogen, want aan veel
hoogere waterstanden heeft men hier weinig, omdat onmiddel-
lijk binnen de sluizen toch geen hooger peil mogelijk is.
De stuw zal dan ook wel hoofdzakelük hiertoe moeten dienen
en daar het bekend is, hoe of een benedenwaarts verkregen
opstuwing met een zeer gering verhang opwaarts te niet loopt
(l) Zie hiervoor blz. G8.