HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 73

JPEG (Deze pagina), 864.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.83 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

71
of de daders vasthouden, tot de oorlog uitbrak, en dan ....
Waar bleef het >>VOLKENRECHl`l’?
Hoe dit echter zij; wij stellen ons voor, dat zelfs als de
stuw bij lage rivierstanden, eerst we1·d opgericht bij ’t verklaren
, van den oorlog, ons nog zeer veel zou helpen. Zulks moet
l immers volgen uit de verkorting van benoodigden tijd voor
het inondeeren, die zij ons zal moeten verschalïen. Men zal
ll toch de stuw niet opzetten lang voor de inondatiesluizen
ti geopend worden? Dit zou immers ook een oorlogsdaad zijn. _
Maar huitendien, in de bijlagen der voorgaande Ontwerpen
van Wet, was ook melding gemaakt van een Maas­stuw. Is
, die ook vervallen? De mogelüke rivierstanden van de Maas
s en de zomerpeilen der (in verband met de, in de Wet van 18
1 April 1874, opgenomen Zuidelijke Waterlinie) te inondeeren
landen, doen ons, zonder stuw in die rivier, de aldaar ge-
vorderde inondatiën betwijfelen.
j De aangehaalde Memorie van Toelichting, heldert ons deze
aangelegenheid dus niet voldoende op. Hebben de drie voor-
( gaande Ministers van Oorlog ongelijk gehad? Zoo ja, is het
j hun te wijten, of hun ambtgenoot van Buitenlandsche Za-
ken, of hem, die voor Nederland deze Zwitsersch­Duitsch-
g Nederlandsche quaestie behartigt? Vragen, waarop wij geen
antwoord kunnen geven. Maar wü somden de geopperde be-
i zwaren op, omdat, als die onmiddellnk door ons beaamd konden
worden, "’t bespreken van de door Kainos aan de stuw vast-
gehechte bezwaren, geheel overbodig zou zijn geweest. Die
Schrijver heeit er weer anderen. (
( Zijn eerste bezwaar betreft het varen van vijandelijke schepen
bij een door de stuw opgezette rivier, in tegenstelling van de
( moeilijkheden, die zij zouden ondervinden bij lage rivier (zie
Q hiervoor blz. 49).
Q Zijn tweede bezwaar is het quaestueuse van het nut, met
Q, het oog op vermeerdering van watertoevoer.
‘ »Zal daardoor (door het stellen van de stuw) het doel be-
»reikt worden ‘? (zegt hp blz. 96). VVij twijfelen er aan.
»Wij zouden willen vragen of werkelijk die hoogere standen
i »(b. v. bij lage rivier een verhooging tot M. R.) wel zooveel
»voordeelen zullen aanbrengen , als men er van verwacht. Er
>>zal in de sluizen en kanalen meer verval, dus meer snelheid
>>ontstaan; zal die snelheid niet te groot worden, zoo groot,
‘ »dat men de sluizen voor een gedeelte moet sluiten. om groote
»rampen te voorkomen? Zal men dan het verkregen voordeel
`