HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 70

JPEG (Deze pagina), 838.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

M8
Resumeerende, heeft Kainos ons dus niet kunnen overtuigen,
_ dat de voorgestelde inlaat te 'lliel onnoodig is, of schadelijk
zal wezen.
Wat den doorhein voorgestelden inlaat bij Schalkwgk, in l
den rechter Lekdijk betreft, nadeelig is hij betrekkelijk nooit;
’t is slechts de vraag, of de onkosten voor sluis en achtergelegen.
toevoerkanaal, met het oog op tijdsbekorting bij lage rivier- j
standen, voldoende nut aanbrengen. Men daarbij indachtig,
dat het gebruik van de sluis te Schalkwijk (zie Kainos blz 95)
ook weer den stand vóór ’t Spoel, Honswijk en Vreeswijk
verlaagt , dus hunne werking vermindert; dat Schalkwijk ;
en Honswijk op ’t zelfde inondatiebassin zullen werken. Er is al
dus een plus en een minus. ’t Punt te Schalkwijk valt echter Q
zoo in het oog; zon die zaak 110oit onderzocht zgn? Ons is
het onmogelijk; wij missen daartoe veel te veel gegevens;
maar als Kainos dat denkbeeld voor 't eerst te voorschijn brengt , j
is zeker dat onderzoek nooit volledig geweest. J
Wat aangaat het door den Schrijver vermeld inondatiepeil
van + 1.55, hier benoorden de Lek, dat tot de hooger gelegen
sluis zou noodzaken (blz. 96), zoo zal dit, lettende op de door
hem aangeduide terreinshoogten, ook wellicht een wenschelijk
peil zijn, met het oog op een geregelden aanval - tot beperking
van accessen; ~-~- maar de defensie zal toch wel bij een lager .
peil mogelijk zijn.
Enfin, omtrent den bouw der sluis te Schalkwijk kunnen wij
slechts vragen doen. ‘
Datzelfde geldt ook de nog door hem besproken stuw in
de Lek, die blijkens de Memorie van Beantwoording van 10
December jl., ook door den tegenwoordigen Minister losgela~
ten is. De Minister ziet namelijk bezwaar in het Art. 30
der Conventie van 1868 (Staatsblad 75 van 1869), in het in
goeden toestand houden, in moedwillige beschadiging, zoo-
mede ten slotte daarin, dat het oprichten van de stuw, eer dc
oorlogstoestand daar is, een vijandelijke daad zou wezen en
dus nagelaten moet worden.
Die stuw­quaestie heeft, ons inziens, steeds een vreemde
richting gevolgd.
Zooals bekend is, zijn er tijden, dat de Lek te weinig water
heeft voor de scheepvaart. Wat was nu natuurlijker, dan dat.
als het Departement van Oorlog, zulk een stuw nuttig
l*