HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 65

JPEG (Deze pagina), 874.55 KB

TIFF (Deze pagina), 6.85 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

l
. 63
niet opgezet en, zoolang doenlijk, steeds aangevuld door watertoe-
. voer uit Tiel, maar door : l" wat van boven afstroomt en Z" door
A wat op de beneden­Liuge gebracht kan worden, ook door opmaling
j uit polders en Merwede. Uit de Merwede, in de onderstelling, dat
bij Gorinchem het stoomgemaal op het Wijdschild is gebouwd.
p Wat de Linge van boven aanvoert, is van luttel beteekenis.
V, YVel is waar, haalt de schrijver aan {blz. 103), dat als 1nen
9 de sluizen te Gorinchem dicht laat, de waterstand in dat
D riviertje steeds zal rgzen; dat »aan de Zoelensche brug, ten
« »noordwesten van Tiel het water bij den voornoemden M. R.
»2.1 M. hooger staat dan te Asperen”, enz., zoodat »men zich
»niet behoeft te bekommeren om die laagste standen (+ 0.43
l= 2811 + 0.28 te Asperen); had men ze niet gewenscht, ze
»zouden niet zijn voorgekomen", enz.; - maar ’t is ons on-
duidelijk hoe Kainos hier uit peilen, beschouwingen trekt,
{ terwijl, in verband met het doel, zoo op de massa, M3. aan-
ij gevoerd water, de aandacht gevestigd moet blijven.
gl De Linge toch, is niets anders dan een betrekkelijk diep
bassin, waarin bovenwaarts van de Korne Buren), met een
ll groot bodemverhang, een zeer kleine wetering, de boven­Linge,
vloeit , die vooral ’s zomers (de toestand, die hier beschouwd moet
worden) weinig water afvoert. De kleine vaart heeft dan ook groo-
tendeels plaats op genoemd bassin en nu regelt zich de water-
stand in de Linge naar behoeften van scheepvaart en uitwatering.
V Die kleine wetering, de boven­Linge, moet dus in droge
· tijden, zoo gehouden worden, dat er nog water blijft in de
slooten der bovenwaarts gelegen, vrij er op sueerende bouw-
Y landen der Ove1·­Betuwe; anders zou het volstrekt geen moeite
, kosten, om in zulk een periode haar bijna geheel droog te doen
Z; zijn. VVaartoe dan ook die aanhaling die11t van het zooveel
hoogere peil aan de Zoelensche brug, vatten wij niet. De
” mededeeling, hoeveel de boven­Linge des zomers afvoert, was
j ons veel nuttiger geweest. .
ä Zün tweede middel tot opzetting van de Linge, is het op-
l malen uit de Zederik , waarbij hij de sluis te Ameide gesloten
i wil houden. Nu kan, in dat geval, de Zederik slechts weer
J gevoed worden te Vianen uit de Lek en verder door opmaling
i uit de tusschen den Diefdijk en de Zederik en Oude Zederik
gelegen landen. Dat ’s zomers, het opmalen uit die landen
2 geen voldoende hoeveelheid water oplevert, om inondatiën te
stellen, die zooveel millioenen Mil. wate1· vorderen, is duidelijk.
T Daarenboven behooren die landen niet allen tot den Zederik-
I
5