HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 63

JPEG (Deze pagina), 891.00 KB

TIFF (Deze pagina), 6.82 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

E2
F ci
waarin hij de sluizen te Asperen (blz. 102) openlnat (1) , zoomede A
­ uit de Vl/'aal door de uitwateringssluis achter het Fort bn Vuren en,
zooveel doenlijk, door de hooger gelegen, zoogenaainde Vurensehe
uitwateringssluis. >> Wij hebben aangetoond (zegt hij blz. 109), dat
Q » in ons ontwerp een spoedig verkrijgen van de inondatie het
i >> meest noodig is tusschen Linge en VV aal; -­ zoo noodig zal
>> dan ook het water van de volgens blz. 103 opgezette Linge,
~f >> voor deze inondatie gebruikt moeten worden en tot ver-
< >> kregen is, geen afvoer noordwaarts moeten plaats hebben.
lf » De veenlanden zullen aldaar door het water uit de landen van
T >> de Bisschopsgraaf en desnoods door een geringen toevoer uit
, » de Lek spoedig ontoegankelijk zijn".
` ' heeft dus noodig voor zijn inondatie tusschen Lek en
4 Waal: 1° toevoer van water uit de Lek, 2" uit de opgezette
1 Linge, 3° uit de Waal.
Uit de Lek zou, volgens hem, toevoer bij alle standen alsdan
’j mogelijk zijn, omdat het niet waarschijnlijk is, dat gelijktndig
ook aanvoer benoorden gevorderd zou wezen. Maar nu vragen
toch, wat pleit voor die waarschijnlijkheid? Blz, 57 stelt
hij >> als conclusie dat er alle grond is, om een hoofdaanval
g » op de Stelling aan de Lek te verwachten eercler dan op die
nl » van Utrecht, zelfs al wordt het 7vee0·smncZ.s·vermogen van beide
>>gelv;j7c gemaa/ct".
Stel nu, dat de vijand de op den rechter Lek­oever gelegen
We1·ken N°. 9 en 8 aanvalt, en hun toestand zoo is geworden,
dat N°. 9 niet meer houdbaar is, dan treedt onmiddellnk be-
noorden de Lek de toestand in, dat men weerstand zal moeten
bieden in zijn passieve lijn, dus: watertoevoer benoorden ge- N
vorderd uit de Lek. De op den linke1· Lek­oever gelegen
Werken alsdan in de keel aangevallen kunnende worden , maken
echter, dat gelijktädig ook hier diezelfde toestand intreedt.
• Moeten dan op dat oogenblikf, bezuiden de Lek, ook de inon-
datiën niet zóó gesteld worden, dat toegang tot den Diefdijk
` belet wordt, waartoe wel een peil van ongeveer ­|­ 1.20 á + 1.3
(zie hiervoor blz. 46) zijn passief stelsel alhier vereischt is?
(1) Kainos schijnt met dat openlaten der sluizen in de Linge te Asperen nogal
` op te hebben. Naar onze meening zou zulks echter zeer verkeerd zün , als de
i Linge bovenwaarls veel water afvoert. De middelen tot opzetting van de Linge
beneden die sluizen (opxnaling) kunnen bij het gesloten zijn dierLingeslnizen, veel
langer blijven werken, meer aanvoeren. Loozingsmiddelen op de inondatievelden, zijn
zoowel boven die Lingeslnizen, als beneden haar in de betrokken dijksgedeelten
voldoende voorhanden.
t
R