HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 61

JPEG (Deze pagina), 908.42 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

lj
‘ 59
jj noorden den Kerkeindsohen weg, zoodat hij ze anders niet `
jl benuttigen kan en toch wat te doen wil geven.
l Maar juist daarheen moeten Vaartsche Rijn en Vecht wer-
ken; en zal zulks ook, volgens hem, gevorderd worden in zijn
‘_ stelsel, als de Forten-rij vóór Naarden gevallen is (blz. 24).
( Dan zou hem, bij lage rivierstanden, nog wellicht eens blijken,
Z dat bedoeld bassin Zuiderzeedijk - VVestbroek niet zoo spoe-
dig het peil van -E­ 0.2 verkrijgt, zoodat het dan ook wel
degelijk zaak is, reeds onmiddellgk daar water op te brengen
en de sluizen te Vreeswijk niet zonder de minste reden ge-
sloten te houden.
Het moet ons streven zijn, om de verschillende inondatie-
sluizen zoolang doenlijk, onafhankelijk van elkander, gelijk-
tijdig op de te inondeeren landen te doen werken; door ellen
zoolang doenlijk, de grootste hoeveelheid water op die landen
te doen binnenvloeien. Had Kainos daarop meer gelet, dan
zou hij wellicht de in 1864 te Wijlï gebouwde sluis niet zoo
onvoorwaardelijk afgekeurd hebben, in vergelijking met zijn te
Schalkwijk voorgestelden inlaat (blz. 98); zou hij niet zoo
pertinent verklaard hebben, dat znn inlaat te Schalkwijk,
, voldoet aan alle eischen, die men daaraan stellen kan (blz. 97).
j Het voorgaande is een voorbeeld., dat de Schrijver geen
helder denkbeeld heeft, ten minste niet voldoende duidelijk zijn
i meeningen uitdrukt, omtrent het inondeeren. Toch is dit een
vvereischte, wanneer men in overweging geeft sommige der
Z voorgestelde inondatiemiddelen niet te maken, en nieuwe in de
plaats daarvan aanwijst. Hoe kan men anders beoordeelen, of
in dit opzicht de aan zijn voorstel verbonden uitgaven (b. v.
( het daarstellen weer van een hooger gelegen sluis, met
T achtergelegen afvoerkanaal bij Schalkwijk) in de werkelijk-
‘ heid voldoende nut (tndsbekorting) zullen stichten, om andere
, voorstellen niet ten uitvoer te behoeven te brengen?
Beweringen, zonder cwjqzmzcïzm ad hominem, hebben nergens
minder waarde, en vallen meestal nergens meer tegen, dan
bij die ingewikkelde bevloeiings­quaestie.
H Bezuiden de Lek wil Kainos, zoo min mogelijk rekenen op
j wateraanvoer uit de Lek (blz. 100), met het oog op de te
, groote verlaging, die daardoor lage standen deze rivier zou
J ondergaan, wat van te nadeeligen invloed op de inondatiën
benoorden haar zou zijn. Een denkbeeld, waarmee wij geheel
instemmen. Maar zijn daarop volgend betoog, dat de ont-
j worpen sluis te Tiel in zijn stelsel gemist kan worden, is
l
R