HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 40

JPEG (Deze pagina), 896.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.91 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

38
3° Kommen van af Blauwkapel tot den Groenekanschen dijk, l
die weer bij haar snäpunt met genoemden kunstweg ook j
ongeveer 1000 M. van Ruigenhoek is gelegen, om van Voor-
dorp niet te gewagen. Zal nu dáár, zoo nabij die Forten, een J
doorgraving van een weg kunnen geschieden, die invloed op ,l
de inondatiën uitoefent? Als men zich verdedigers denkt, die ‘
dit zullen toelaten, kan men gerust alle voorbereiding voor i
een eventueelen oorlog doen staken. Buitendien is tegenwoordig á
evenwijdig aan en bijna onmiddellijk naast dien kunstweg, in
de 3° Kom alhier de spoorbaan Utrecht-Hilversum, die ook l
een voldoend peil heeft, om keering te zijn der 3° Kom. Deze
zou dus ook doorgegraven moeten worden. Wij gelooven, r
dat het voorgaande voldoende is, om wat de eerste keering _
betreft, de overtuiging te geven, dat ten behoeve van haar. {
het Werk N°. 2 niet gevorderd wordt; dat het onnoodig is te
wijzen op de geringe hoeveelheid water, die hier bij een tij-
delijk ­­ hoe onwaarschijnlijk dan ook - verloop van water,
tot aanvulling uit de zoo groote 4* Kom benoodigd zou wezen.
Eveneens is het gesteld met het gedeelte van den Centraal-
spoorweg, dat tot ongeveer 1000 M. vooruit Voordorp keering
zal zgn tusschen de 3° en 4* Kommen, met een verschil in 5
peil van hoogstens 0.2 a 0. M. In Voordorp en Blauwkapel
zal men toch niet slapen! j
Buitendien zij Kainos indachtig, dat ook de Voordorpsche S
dijk keering is van een gedeelte der 48 Kom en dus - hoe ’
onwaarschijnlijk ook -- een tijdelijk verloop van water uit het
zeer kleine, benoorden dien dijk gelegen Komsgedeelte, uit het ,
overig gedeelte der 4* Kom gemakkelijk aan te vullen is. '
zien dan ook in deze beweringen van den Schrijver meer `
nevenargumenten, tot aanvulling van zijn betoog om overal z
de Nieuwe Hollandsche Waterlinie tot actieve verdediging in
te richten, dan wel, ernstig door hem gemeende redenen. á
­ Tusschen den Centraalspoorweg en Bureveld (de Bilt) wordt
echter de toestand, zooals reeds hiervoor werd gezegd (blz. 36),
` anders. Voordorp en Bureveld kunnen niet beletten, dat vn-
andelijke veldbatterijen de te beveiligen oppervlakte bewerpen;
de terreinsgesteldheid maakt het hier mogelijk, dat de väand
ongezien uit die Forten, het vuur nu hier, dan daar opent.
Vertrouvvt men dus, opzichtens deze beveiliging, niet voldoende
op het veldleger, dan dient ook ten noorden van de Bilt een
j Fort gebouwd te worden, waarschijnlijk wel ongeveer op de
plaats, waar Kainos het Werk NW 3 voorstelt. Daar buiten- X
, •
l
l
l