HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 39

JPEG (Deze pagina), 873.25 KB

TIFF (Deze pagina), 6.94 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

37
Op het terrein, waar zulks nog eenigszins mogelijk zou
zijn, -­- de st1·ook benoorden den Groenekanschen dijk tus-
) schen den Maartendijkschen kunstweg en den Centraalspoor-
weg, ­- kan vuur gebracht worden uit de Sbestaande Forten
Ruigenhoek, Blauwkapel en Voordorp; terwijl dit buitendien
een aanwijzing is , om, door tijdelijke defensie-middelen en
. genoemde Forten gesteund , alhier in de betrokken eerste periode,
3 met een gedeelte onzer troepenmacht stand te houden.
? Om die reden vinden wg dan ook in de gevorderde beveili-
’ ging van Utrecht tegen een beschieting met veldgeschut, geen
1 voldoende reden voor het door hem alhier, benoorden den
Groenekanschen dijk, ontworpen ’Werk N°. 2; terwijl de be-
r staande Forten, in verband met het gedeeltelijke geïnondeerde
terrein, in den weerstand tegen den lateren geregelden aanval
kunnen voorzien en buitendien, door in oorlogstijd achter de
( Gagel- en Voordorpsche dijken te wapenen batterijen, de
tegenstand nog zeer veel verhoogd kan worden, wanneer het
bleek, dat de aanvaller hier ernstige pogingen deed, om de
Stelling te forceeren.
Kainos oordeelt (blz. 30) verder genoemd Werk N". 2 noodig
ten behoeve zijner actieve lijn. ’t Is weer de oude quaestie;
. naar onze meening zullen, ten gevolge van het zoo doorsneden
en overigens geïnondeerde terrein, bewesten den Centraal-
spoorweg geen uitvallen van eenige beteekenis ondernomen
kunnen worden. Ten gevolge van het terrein, moet hier de
Linie een bepaald passief karakter hebben, tenzij men zich,
afstanden denkt als die, op welke (op de bij zijn brochure behoo-
rende kaart) de manoeuvreerforten der toekomst zijn ontworpen.
Nu, dan zouden wij om er nut van te hebben, ­- om zulk een
defensie te kunnen voeren, - over een legermacht moeten ku.nnen
­ beschikken, die wij wel nimmer in de toekomst zullen bezitten.
Maar, en dat wordt tot tweemaal toe door den Schrijver
vermeld (blz. 27 en 29), de gedeelten van den l/Iaartendijkschen ·
° weg en van den Oentraalspoorweg, die tot scheidingen tusschen
O de 2° en 3E en tusschen de 3° en 4"’ Kommen dienen, zijn door ‘
. de hier bestaande Forten niet voldoende beveiligd.
j Ook hierin zeer groote overdrijving.
De Maartendijksche kunstweg - ’t is van algemeene be-
kendheid (1) -- dient slechts tot keering tusschen de 2" en
fl) Zie 0. a. `t Verslag der Bijeenkomst van de Vereeniging lol beoefening 1/er
Kv·y_qs10eieusc/zap van 2 Dccexnbcr lS70.
l