HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 25

JPEG (Deze pagina), 870.65 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

l
staat zal stellen, zooveel doenlijk, van alle hulpbronnen ge-
bruik te kunnen maken. Door den aard van ons Land kunnen
wij zulks, wanneer wij de passieve weerkracht die het Land
. biedt, benuttigen; niet als wij, daar buiten willende gaan.
roekeloos een wijze van defensie voorbereiden, slechts te voeren
W op andere terreinen en door veel talrijker bevolkingen. Hoe (
meer terrein, hulpbronnen binnen den met weinig troepen te
verdedigen en mogelijk te verdedigen kring gelegen zijn, hoe
langer men het tegenover een aanvaller kan volhouden. Dacht
men hieraan meer, dan zon een Antwerpsche Positie ­- wij
stemmen toe, wellicht de eenigst mogelijke voor België --. niet
zoo dikwijls als het meest wenschelijke voor eigen defensie
beschouwd worden. Dan zou het zich onmiddellijk opsluiten
g in een Positie, als de Stelling van Amsterdam, meer een
j ongezond denkbeeld worden genoemd.
j Slotsom van een en ander is dan ook, dat zonder (zelfs
` de Versterkingen op de accessen) als wenschelijk te denken
‘ een defensie, waarbij men niet zou trachten, zoover zulks
j mogelijk is, ’s vijands aanval te bemoeilijken; zijn daartoe
l dienenden arbeid, bij gebrek aan waakzaamheid zijnerzijds, te
I vernielen; aan den anderen kant in onze Linie, bijna overal.
ten gevolge van het terrein, de passieve defensie, ’t uitbreiden
onzer passieve weermiddelen tijdens den aanval, hoofdgedachte
zal moeten wezen. Zulks, omdat zelfs bij een voldoend aantal
beschikbare, geoefende verdedigers , het terrein verreweg meestal
niet toelaat uitvallen anders dan in dezelfde richting, langs
dezelfde wegen te ondernemen, waardoor ’t binnen zeer korten
tijd uiterst bezwaarlijk zal worden, in verhouding tot de
materieele en moreele verliezen , die elke uitval zal kosten.
een voldoend resultaat te verkrijgen (l).
Zoolang mogelijk overal den vijand harceleeren, te water
(l) Op blz. 7 en 8 beschouwt l(ainos_de zware rivierdijken, als zooveel natuur-
lijke borstweringen tijdens die uitvallen. Hoe echter hij , die op de terreinen toch
QBGH Vl'CCl'lI(lBllTlg is , l.)CVCTBY1 käll, l)€gl'ljl)Cll lllüt gil. IIl(I3,l` BCIIS llll.,
wat er gevorderd wordt, om zulk een dijk tot borstweriug in te richten en zal
dan tot het besluit komen, dat dit mogelijk is achterwaarts van de déiilés ­
Bil (lüll 1lOg StC€(lS tCIl kOSlZ(¢ Vüll ZBBY veel 2.l'l)Cltl. -·­ llïl2I.' (lat CY güëll S1Jl`?Lkl.‘ Väll
kan zijn zulks tijdens den uitval te doen.
De loodrecht doorsnijdende riviereu­quaestie is door Kainos ook wel wat te krachtig
uitgewerkt en ’t kanon van den vijand te veel buiten beschouwing gebleven, - te
E veel aan de bujonet gedacht.
l
3
i