HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 24

JPEG (Deze pagina), 907.10 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB


22
van den Vaartschen Rijn, die keering beneden Jutphaas niet
op eenigen afstand van den Vaartsclien Rijn is aangelegd, in
@ plaats van bijna onmiddellijk daarlangs. Gelegenheid tot
_ tijdelijke defensiemaatregelen was dan altijd voor ons daar be-
r,. waard gebleven, terwijl wij ze nu aldaar bijna geheel moeten Q,
· missen, omdat de kunstvveg op den linker oever van dit ge-
deelte dier rivier, voor gemeenscha.p, bepaald vrij moet blijven.
j >~Onze van nature zoo sterke Linie," zooals Kainos haar
‘, meermalen spotswijze noemt, is, niettegenstaande haar gebreken,
j_ sterk. Niet. als men haar verlaat, zonder het terrein en de
waarschijnlijke verhouding tusschen aanvallende en verdedi-
__ gende troepensterkte i11 het oog te houden; maar wel, wan-
neer men ze beschouwt uit het standpunt, waaruit men ze JP
moet beoordeelen. Eertijds heeft men zich op het tusschen j
Zuiderzee en Merwede gelegen terrein, door kunstmiddelen.
in staat gesteld met een zeer geringe macht (g a ej van die j
des aanvallers in 1672) den toegang tot het daarachter gelegen
land te beletten. Alhoewel nu verwrongen door de opname l
van Utrecht in de Oude Hollandsche Linie, stelt toch de l
Nieuwe Hollandsche Waterliiiie, bn handhaving in /zoofiizaa/u
der haar dusver gegeven inrichting, voltooid zijnde, ons nog ‘
in staat aan een betrekkelijk aanzienlijke overmacht langdurig K
weerstand te bieden, wanneer wij niet zullen slapen. Men
mag dan zulk een Positie sterk noemen.
Dat zij ons Land onneembaar maakt; dat is >>une posi-
tion eTne.1:_pugombZe," zooals sommige buitenlandsche schrijvers
A de door hen voorgestane Stellingen bestempelen ;· zulks beweren
wij geenszins. Ook zelfs met de door Kainos, naar zijn denk-
, beelden ingerichte Hollandsche `Waterlinie, welke (blz. 5)
A »feitelijk als onneembaar beschouwt," is dit niet het geval.
Tegen iederen verdedigingsmaatregel staan aanvalsmaatregelen
over, met de wapenen. of doo1· moreelen dwang (uitputting
, b. v.) Tegenover een overmacht is op den duur geen defensie
j mogelijk. Maar de vraag is, staatkundig gedwongen als
eventueel kunnen zijn, om ons te verdedigen, die maat-
regelen voor te bereiden, welke. zonder ons volksbestaan in
vre«/es2‘{j«/ een onmogelijkheid te doen zijn, ons bij het uit-
breken van een oorlog, in staat zullen stellen er hef langs!
nut van te hebben.
l Daar nu de overmacht waarschijnlijk groot zal zijn, moeten
wij streven naar een mogelijke verdediging met een minder-
heid; naar een wijze van verdediging, die ons langen tijd in E
’ l
E a
r ¤