HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 18

JPEG (Deze pagina), 923.54 KB

TIFF (Deze pagina), 6.95 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

I
l
ic fi ‘
, blijven. Omdat er zich omstandigheden kunnen voordoen, l` t
waarbij het gewenscht is vooruit de Utreohtsche Linie een ,
tijdelijke Positie te bezitten, en de achtereenvolgende Ministers _
van Oorlog de; mogelijkheid daarvan, in sommige omstandig-
heden, schijnen te hebben ingezien, is zij in de Wet opgeno- t ft
men. Zooveel is echter zeker, dat van lang weerstand bieden f'
aldaar tegen een aanval, bij verreweg de meeste onderstellin­ jl
gen, geen quaestie kan wezen en in verband met de afstanden S,
tot de Utrechtsehe Linie, zelfs zooals Kainos haar benoorden i,
den Rijn wil, ligt bij Amersfoort het zwaartepunt der defensie.
Wordt dáár de Linie doorbroken, dan is er zeer veel kans, l
dat onze in het vak Grebbe-Woudenberg opgestelde troepen ,
afgesneden zullen worden, omdat -­ het wordt hier niet voor l
het eerst opgemerkt - de vijand zich dan op hun terugtochts­
wegen kan plaatsen. Ditzelfde geldt voor de in ’t gedeelte Grebbe­ z
Veenendaal opgestelde macht, met het oog op Woudenberg. l
l Voor het doorbreken moet dus gewaakt worden en aanne­ gj
mende een behoorlijke troepenopstelling, dient dan ook de VF
hoofdgedachte van den Bevelhebber slechts op dit ééne punt ,
gevestigd te blijven: VV anneer moet ik de Grebbe­Linie ont- 1
; ruimen? Het coute que coute vasthouden, het uiterste wagen, 9
j mag nimmer alhier zijn streven zün. Om welke reden hij daar ,°
eventueel met onze mobiele macht stelling heeft genomen, w
doet niets ter zake; maar nooit moet bij het nemen van een . -,
besluit omtrent den duur der defensie, op den voorgrond ge-
' _ steld worden de toestand onzer achterwaarts gelegen weermid­ ,
delen. Het voor onze ve1·dere verdediging, zooveel doenlijk, be- ,« _
houden van de onder hem gestelde krijgsmacht, moet de eenige,
leidende gedachte zijn bij de verdediging der Grebbe­Linie en '
daarom moet de Bevelhebber geheele vrijheid van handelen _
hebben. O ‘
Maar daarvan overtuigd, zal hij ook tijdig met een en an- , ~
der de verdedigers van de Linie Ochten­Spees in kennis kunnen V
stellen en zal voor de daar geposteerde, betrekkelijk geringe, 1
macht, - men denke aan de vele, goede, achtergelegen wegen, jj
aan stoombootvervoer (rivier­af), aan dekking eenerzijds door de 3,
Lek , - het gevaar van afgesneden te worden zoo groot niet ,·
zijn. Een vijand, die de Grebbe-Linie benoorden den Rijn, als ‘
wij haar verlaten, passeert, marcheert in vijandelijk land, moet
dus voorzorgsmaatregelen nemen. Zijn marsch zal derhalve
veel minder snel zijn, dan die van onze uit de Linie Ochten- l
Spees terugtrekkende, zooveel kleinere troepenmaoht.
· t
= 9
Q . F 1