HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 12

JPEG (Deze pagina), 901.90 KB

TIFF (Deze pagina), 7.00 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB

F V
se

1
je 10
met een aanval bedreigd wordt. Noch de Wet van 18 April jl.,
noch eenige regeling der getalsterkte onzer levende strijdkrach-
ten, - wel oefening en uátmszténg er van, - had of zal
_ daarmee rekening kunnen houden, terwijl zulk een groot doel t
buitendien ook wel niet in ons Land gezocht zal worden. i
Maar de Wet van 18 April jl. had het eventueel mogelijk X
moeten maken, dat gedeelte van ons Land aan het on1nid­ .
dellijk bezit van den vijand te onttrekken, waar deze zulke
. talrijke hulpbronnen voor eigen onderhoud, voor zijn aanval i.
j uit kan putten; waar voor zoovelen in dergelijke oogenblikken 3
een, voor onze verdediging, hoogst gevvenseht toevluchtsoord
zou kunnen zgn. Zulke, omdat er bg een goede organisatie f
P der levende strijdkrachten voor de defensie der daartoe ver- j
eischte Positie, een voldoend aantal weerbare mannen uit
onze bevolking te verkrijgen is (1).
Doordat echter met zulk een organisatie geen rekening is [
gehouden, noemden wij de Wet van 18 April jl., en terecht,
daar toeh elke W/Vêb op een goede toekomst moet hopen, een _
ontädig geboren kind. 1
De nevenzaak (Sterkten) is geheel buiten verband met de ‘
hoofdzaak (mogelijke troepensterkte) bij die `Wet vastgesteld. j
Had men, zooals natuurlijk scheen, in de Wet niet omnid­
delläk ter slooping aangeboden een Positie, wier bezit, bij L
een deugdelijke regeling onzer levende strijdkrachten, bepaald
gewenscht is; had men het afbrekend karakter wat min- V
der sterk er in op den voorgrond gesteld; dan zou zeker
mettertijd, want wij willen toch hopen, dat eens de levende l
` (1) Omtrent de Stelling van Grezzingm, - niet omtrent den jongsten toestand
der Vesting, - zijn zoovele losse beweringen verkondigd, dat het hier veel te lang
zon duren ze te wederleggen. Men heeft betwijfeld de tijdige mogelijkheid der Stel- ,
ling, en dat i.n een zoo doorsneden polderland met kolossale inlaten in ons bezit. Men è
heeft beweerd dat zij in den rug open lag, en dat met een dekking als {Ze Tl/lul- =
, z/mz. Men heeft gezegd dat aansluiting aan de westzijde moeilijk was, en zulks in
een polderland met bijna geen voor de defensie nadeelige dijken aldaar. Men
heeft van ’t afbreken der gemeenschap niet Holland gerept, alsof een Provincie
zulk een gemeenschap dagelijks behoeft. Men heeft uit een bezoek aan de Vesting I
Grmzingm een gevolgtrekking gemaakt voor de Stelling; wat in het studeervertrek
uitgemaakt incest worden, beslist op een walgang , enz. Neen, gelijk had de Stad, - '
niet de Ommelmzdm ­­- die sinds 15 jaar begreep, dat de haar schadelijke Zuider-
Olïlwalllllg, 3ilS ,t WHITE gClCgCl1 l)lI1IlC11 (lt! Sl3‘€t(l <lï1Ct IJZHIWC 1)OO1‘t Ell lällgü bulg),
zoo lang, zoo stijfhoofddig van hoogerhand vastgehouden, toch in de werkelijkheid
geen nut zou stichten. Slmalsömg; maakte den toestand duidelük. Nu is er geen
Stelling Greningm. Zal eventueel de defensie van ons Land er baat bij vinden?
Wij zijn overtuigd van het tegendeel. .
I
ä
r .