HomeDe nieuwe Hollandsche waterlinie in bescherming genomen tegen de jongste, naar aanleiding der Wet van 18 April 1874 (no. 64), puPagina 11

JPEG (Deze pagina), 934.96 KB

TIFF (Deze pagina), 6.97 MB

PDF (Volledig document), 67.97 MB


9
meer dan 100.000 geoefende soldaten (leger en schutterij) ter {
verdediging van het Land te kunnen rekenen, wanneer in den
` kring der defensie, zooals de Wet van 18 April jl. dien om-
schrijft, dat getal toch geen noodzakelijk iets is? Dat zulk een
ç troepensterkte niet noodzakelijk is, wordt immers bewezen
i door de bestaande indeeling onzer tegenwoordige levende strijd-
, krachten, bij den actueelen toestand onzer doode weermiddelen,
j' wier verbetering en aanvulling door meergenoemde Wet toch
j eerder in de toekomst een vermindering der levende strijd-
°" krachten ten gevolge zou moeten hebben!
§, ’t Is dan ook waar. Wat kust-bewakin (landmacht en ma-
il rine), mobiele macht tot steun der Steïkten en bezettingen
gg dier Sterkten gezamenlijk vorderen, blijft ver beneden het ge-
2, ‘ tal, dat door een deugdelijke organisatie, desgevorderd bij oor-
. logsgevaar, ons Land aan weerbare, geoefende mannen onder
. de wapens zou kunnen brengen.
j Toch zijn, doordat er geen 10.000 man meer gemist kon-
I den worden, onze rijke noordelijke Provinciën geheel buiten
j de defensie gebleven, niettegenstaande de aard van het terrein
aldaar , bij een doelmatige inrichting der Positie, met weinig
troepen een langdurige defensie, zelfs tegenover een zeer ern-
& stigen aanval, mogelijk kan doen zün.
Dat de toestand van voor ruim. een 10-tal jaren, inet die
vele, geheel buiten ondersteuning en verband liggende afzon-
derlijke Vestingen, niet meer bestaat, - wordt door niemand
betreurd. Maar dat men in Nederland, Waar uit den aard van
het land, het zoo gemakkelijk te beletten is, dat de rijkste
· _ Provinciën voetstoots geheel in ’s vijands handen vallen, de
concentratie der defensie, op het voetspoor van andere, maar
in een geheel anderen politieken en geografischen toestand
L verkeerende Rijken, veel te veel is doorgezet, is te bejammeren.
Bij een eventueelen oorlog toch, zal, ondanks den prach­ · ·
‘ tigsten weerstand in het door de `Wet van 18 April jl. om-
schreven gebied, uitputting van de in dat terrein aanwezige
hulpbronnen, ten behoeve onzer dejêmsée, gepaard met uitput-
ting van de overige Provinciën, ten behoeve van ’s vycmds aan-
val, den oorlog veel spoediger moeten doen eindigen, dan an- ,
ders het geval zou wezen.
Voor het groot strategisch offensief is onze bevolking te ge-
ring; een dergelijke handeling is onzerzijds slechts te wachten,
ç. wanneer er aan de zijde van Nederland bondgenooten in het
i spel komen en ons Land niet onmiddellijk aangevallen of ­
j .
j .
j .
E
iv!