HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 31

JPEG (Deze pagina), 964.01 KB

TIFF (Deze pagina), 9.78 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

29
,9 zeer eindige natuur de godsdienst ontstaat, d. w. z. het geloof aan
iets dat het eindige te boven gaat, toont dat óf die geest óf die
natuur óf beiden iets van dat oneindige in zich dragen. Met het oog
op den godsdienst schromen wg niet het woord te beamen,
voor weinige maanden door Max Müller uitgesproken: »geen eindig
zonder oneindig? Deze bewering is niet te stout: de Oneindige is
overal. Nergens is de levende God verre van den mensch, die l·lem,
zg het ook xniet kennende, dient." Omdat ik in het Christendom
* de waarheid erken, kan ik onmogelijk eenigen godsdienst voor gdel
houden. De samenhang tusschen alle godsdienstenzonder onderscheid
`Y ligt in het wezen der zaak zelf. Confucius predikt de grondwet der
zedelijkheid: >>wat ik niet wil, dat de menschen mg doen, wensch
ik ook hun niet aan te doen," met woorden die wij bgna letterlijk
in de bergrede terugvinden. Men moge er op wgzen, dat de con-
text beide gezegden in eenigszins ander licht plaatst, of dat China’s
5. leeraar slechts negatief op het niet­doen aandringt terwijl het N. T.
van een doen spreekt, men moge herinneren aan den regel »duo
cum dicunt idem, non est idem": het valt toch niet te ontken-
nen, dat dezelfde goddelgke wet der humaniteit, die in Jezus op aarde
_ gerealiseerd is, reeds eeuwen te voren het ideaal was der heiden-
‘“`"` sche deugd. Wanneer een bekend lied uit den Rigveda gewaagt
van den »God die boven alle goden is," en wij op menige plaats
van het 0. T. ongeveer hetzelfde lezen, dan verliezen wij ook hier
* het onderscheid tusschen zulke uitspraken niet uit het oog, en mer-
ken misschien de eerste meer als uiting van menschelgke behoefte,
de tweede meer als goddelijk antwoord op die behoefte aan; het
zou zonder twijfel onbillgk zgn, zoo wg den Indischen Rischi,
wiens denken God zoekt, alle kennis van hem wilden ontzeggen,
om bij den Hebreeuwschen profeet of psalmdichter het woord »wg
kennen ten deele" te vergeten.
Q. Ongemerkt leidde de behandeling van dit derde punt er toe, om
ruim zooveel te spreken over het belang van de kennis des Chris-
tendoms voor de studie der godsdiensten dan over het omgekeerde,
l
l [ · , , .,,.. W _V_A_ l' ,_ _ . ,.