HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 30

JPEG (Deze pagina), 957.22 KB

TIFF (Deze pagina), 9.78 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

ll
l.
, ‘
. , ~·
{ 28
ls
ii zoo levendig gevoeld, wij verkondigen toch niets nieuws, wanneer
. wij spreken van wat reeds overlang als » Gods openbaring aan de Q,
heidenen" bekend staat. Reeds in het 0. T. wordt een betuiging van
j God buiten de omheining van Israel als mogelijk en werkelgk voor-
i gesteld; de heidensche vorst Melchisedek is een priester des Aller-
hoogsten, en ook de heidensche profeet Bileam krijgt een opdracht
l van God. Maar in de cbristelüke wereld is dit nog ruimer erkend.
Wij herinneren slechts aan Paulus’ prediking te Lystre en te Athene,
aan Rom. I, aan het latijnsche rümdicht, dat dienzelfden apostel het •
graf van Virgilius met tranen laat besproeien, aan den A6;/eg me,a,tm­móg
der kerkvaders en de neiging om Plato als profeet der heidenen "
bij het Christendom in te lüven, aan de twee meesterstukken uit
de Stanza della Segnatura in het Vaticaan, waarin Rafael een beeld
i uit de heidenwereld naast een uit de christenheid plaatst, en aan een
. geheele reeks van gelriksoortige verschünselen. Schoon de consequente
jj toepassing van hetgeen men alzoo sporadisch erkende meestal is ‘_
“ uitgebleven, mogen wij daarvoor niet terugdeinzen. Aan de behoef-
j ten van den menschelijken geest komt overal dezelfde God te ge-
moet, die in natuur en geschiedenis, in rede en geweten zich open-
baart, wiens woorden op zeer verschillende wijze, vaak gebrekkig
en verkeerd worden verstaan, maar die toch nergens zich geheel i «~«>
, onbetuigd laat. Daaruit volgt niet, dat achter de enkele godengestalten
der mythologien eigenschappen schuilen of openbaringsvorrnen van
l den waren God'; die goden zün en blijven schepping der verbeel­ '“
ding, welke van natuurverschijnselen ofzedelijke gedachten personen
heeft gemaakt. Evenmin zien wij in de verschillende godsdiensten
verbasterde brokstukken, die van een oorspronkelijke openbaring in
den voortüd zouden zijn overgebleven, of rneenen er een diepzin-
nige godsdienstleer in te herkennen door geheime genootschappen
· van ingewijden bewaard en voortgeplant. Een oorspronkelgke open-
, haring zoeken wij liever op den bodem van het menschelijk hart- *
~ . dan in de historie; maar daar zoeken wij niet te vergeefs. Dat bij
de ontmoeting van den eindigen menschelijken geest met de even-
l