HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 29

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 9.79 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

l 27
‘ geen onoverkomelgke kloven aannemen tusschen hetgeen uit dien
gr geest voorkomt.
Maar velen, waaronder ook ik mij schaar, zien in den godsdienst
X nog iets meer dan psychologische verschijnselen. Al de geestelgke
feiten, welke wij onder den naam van godsdienst samenvatten, wijzen
j op een oneindigen factor, zonder welken zij niet aanwezig zouden
‘j zijn. Aan het niet verborgen maar bekend zgn van dien factor
j plegen wij bij het woord openbaring te denken. Wij vragen dan of
dt zulk een openbaring alleen in het Christendom wordt aangetroffen;
J en antwoorden daar aanstonds op, dat integendeel de kennis van
E God, welke onze religie verspreidt, nergens ten eenenmale ontbreekt:
j een inzicht dat op onze beoordeeling van andere godsdiensten den
j grootsten invloed uitoefent. Leerzaam is in dit opzicht de houding,
welke het Christendom tegenover een der vóónchristelüke gods-
diensten, dien van Israel, nooit heeft verloochend. Van de eerste
A eeuwen tot heden hebben de Christenen den Jahveh van Israel een-
l voudig vereenzelvigd met hun eigen God door Jezus Christus gepredikt.
Tegenwoordig, nu onder den invloed der historische opvattingen
zulk een vereenzelviging allerminst meer van zelf spreekt, zien wij
ons gedrongen van haar beteekenis ons opzettelijk rekenschap te geven.
·e» Zü gaat uit van een onderstelling, welke ons recht geeft om, gelijk mijn
vriend Valeton in zijn redevoering deed, de lsraelllische letterkunde
{ l als onderdeel der Chrislelgke theologie aan te merken; nml. die van
"' een continuiteit tusschen het godsdienstig geloof van oud­Israel en
g dat der christenheid. Onafhankelijk van de voorstellingen, welke men
H aangaande hem vormde, en van de plechtigheden, waarmede men
hem vereerde, is het dezelfde God, dien zoowel de Joden als de
jè Christenen niet slechts zochten, maar ook werkelijk dienden. Verre
l van daarmede een gelijkstelling van deze twee godsdiensten te be- .
á doelen, of een indifferentistisch oordeel over hun waarde in de hand
J te werken, handhaven wij alleen de gelijkheid van hun object.
T Ditzelfde wenschen wij nu ook tot de andere godsdiensten uit te
ï strekken. Al heeft het Christendom zün verwantschap daarmede nooit
Y
il
,1
J ' af - r .gn..,.,. .. , _f,_ M, ii , ,_ , ,_ N J