HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 24

JPEG (Deze pagina), 972.55 KB

TIFF (Deze pagina), 9.83 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

4 `
l l
al
2 . t
I 292 . J
j Christus, evenzeer werd in den Islam wel niet voor den persoon
van zijn stichter, maar voor het woord Gods als het beginsel van
den nieuwen godsdienst, de eeuwigheid als kenmerk geëischt. De 1
ontkenning dier eeuwigheid in de leuze dat » de Koran geschapen ‘
is", heeft volmaakt dezelfde strekking als de loochening van de
homoousie van den Zoon door de Arianen. Nog duidelüker even- ‘
wel dan in de christelijke dogmenhistorie komt in de islamitische het
j verband dezer questie aangaande de natuur van Gods mededeeling l
met het Godsbegrip zoowel als met de anthropologie uit. In de
l christelüke dogmatiek zijn de onderwerpen van den Ariaanschen en j
die van den Pelagiaanschen strijd min of meer van elkander ge- "
l scheiden; en kwamen daarenboven de leerstukken, die vrijen wil en
j predestinatie betreffen, eerst in een later periode, die der Hervor- " |
_ ming, tot volle ontwikkeling. Anders was het in den Islam, waar
i reeds in de eerste eeuwen al deze vragen in de scholen der Mata-
, kallims werden verhandeld. Wanneer het nu waar is, waaraan na
Schleiermacher moeilgk valt te twijfelen, dat het belang van dog- l
matische studiën ruim zoozeer ligt in het opsporen van den samen-
hang der leer dan in de afronding der afzonderlijke dogmen, dan
i- zal men niet kunnen ontkennen, dat de studie van dien dogmati­ J
schen strijd, die om de leeringen der Motazelieten onthrand is, voor · r
de kennis der dogmenvorming in ’t algemeen onontbeerlük mag j
heeten. Ook op de leer van Gods eigenschappen zal men den blik ‘
niet vestigen zonder belangrijke punten van vergelijking te ontdek- j
i ken. Zelfs bij gelijkheid van uitdrukkingen vindt men een doorgaand
verschil tusschen het christelijk godsbegrip en het mahomedaansche. ’
In het N. T. heet God de »Vader der barmhartigheden", en men _
j behoeft den oran slechts op te slaan en het oog b. v. op den
i aanhef der Sura’s te doen vallen, om te zien hoe dikwijls God daar
als » de barmhartige" wordt geprezen. Maar een nader onderzoek A
l van de beteekenis dezer uitdrukking leert ons hoe geheel anders zij j
G werd verstaan dan in het Christendom. Wü vertrouwen op den iii
I God, die barmhartig is; maar voor den Moslem behoort barmhartig- =
log I o