HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 23

JPEG (Deze pagina), 975.41 KB

TIFF (Deze pagina), 9.80 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

» __, i a
{ 21
s beslist van de tegenwoordige wereld afkeeren, overtuigd dat de
, schepping der ijdelheid onderworpen is en alleen de Schepper on-
! vergankelgk leven heeft. Maar al gaat met dit scheppingsgeloof
een open zin voor de natuur slechts zelden gepaard, hg druischt
· er geenszins tegen in. ln de mythologische godsdiensten leidt de
' natuurdienst meestal tot miskenning van het zedelijke, in het aes-
I thetische is iets dat het ethische afstoot; doch het omgekeerde is
l niet noodwendig het geval. Volmondig erkennen wij, dat vrome zin
voor de natuur den meesten Christenen ontbreekt; de paradijs-
toestand is verdwenen, toen de mensch de stem des Heeren hoorde
i »aan den wind des daags." Maar dit neemt niet weg, dat van de
, kern van waarheid, die in de mythen ligt, in onzen godsdienst de
1 vervulling aanwezig kan zgn, al is die door velen nog niet gevon-
den. Het Christendom richt een troon .op hoog boven de zetels
der Olympische goden, maar daarmede wordt de orde en harmo-
nie der wereld door deze vertegenwoordigd, niet verbroken. De
_ erkentenis, dat Gode alles onderworpen is, ontrooft ons niet, maar
moet ons veeleer versterken in het geloof aan een » bezield Heelal."
i Grooter overeenkomst dan met de mythologiënheeft het Christen-
i dom met de dogmatische godsdiensten. Soortgelüke vraagstukken als
" in de christelgke dogmatiek behandeld worden, hebben Indische denkers
, en Mahomedaansche theologen bezig gehouden. Hier opent zich voor
r den onderzoeker een wijd veld, waarvan nog nauwelijks de ont-
ginning is aangevangen. Om de parallellen, die zich hier voordoen, E
juist te beoordeelen, moet men niet zoozeer letten op de stellingen,
waarin de leer eindelgk gefixeerd is, als op de geestelgke stroo-
mingen, die op den bodem der dogmenvorming liggen. Allermerk­ ,
' waardigst is het b. v. de mahomedaansche dogmengeschiedenis in
i het eerste tijdvak na den profeet met de christelijke te vergelijken.
1 In beide godsdiensten loopt de eerste periode uit op de vestiging
{ eener orthodoxie, die zich van de oorspronkelgke prediking aanmer-
` kelijk verwijdert. Ook in den gang der ontwikkeling is er veel over-
eenkomst. Liep in het Christendom de strüd over de godheid van
in