HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 16

JPEG (Deze pagina), 960.67 KB

TIFF (Deze pagina), 9.80 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

ä u
T 14
j aanhalingen en beschouwingen uit het O. T. en vertoont alles in
l hooge mate een joodsche tint. Tegenover het Heidendom nemen *
deze oude christenleeraars een afwerende en bijna zonder uitzonde-
ring geheel negatieve houding 'aan. Slechts nu en dan treft ons
een meer waardeerend oordeel, dat in de vóór­christelijke wereld,
ook buiten Israel, een voorbereiding tot het Christendom erkent, en
Plato, »den vriend der waarheid" (gelgk Clemens Alex. hem noemt),
T een eervolle vermelding waardig keurt. Doch over 't geheel maken
de patres geenszins den indruk zich van een samenhang tusschen g
hun leer en heidensche denkbeelden bewust te zijn. Toch meenen
j wrj, dat voor het oog der historie, dat verder ziet dan hetgeen op `7
de oppervlakte ligt, zulk een samenhang met toenemende duideltjk-
J heid zal blgken. Reeds de manier, waarop de christelgke leerstuk-
ken gevormd zijn, wüst er op. De oud-christelüke literatuur is
doorgaande apologetisch en polemisch; in den strijd tegen de be-
schuldigingen van buiten en de ketterijen van binnen heeft de kerk _
haar leerstukken vastgesteld. Die beschuldigingen nu en die kette-
T rrjen waren voor verreweg het meerendeel van heidenschen oor-
sprong. Het is van algemeene bekendheid, dat de christelgke leer
anders zou zijn dan zg is, indien er geen Gnostieken waren geweest,
i of indien Mani niet had geleefd. Het Gnosticisme nu is volstrekt »
j, niet in de eerste plaats een woekerplant op christelijken bodem
lj gegroeid, een noodwendige ontwikkelingsziekte der christelijke or-
ganen; het is integendeel voor minstens drie vierden een ver- ""
menging van oostersche speculatie met christelijkevoorstellingen, een
_ poging om het Christendom op te nemen in die samensmelting der
verschillende godsdiensten, welke voor dit tijdvak kenmerkend is.
Wat Mani betreft, aan den aard der innige betrekking, die tus-
schen zijn leer en die van het Parzisme bestaat, behoeven wg na
den arbeid van G. Flügel niet meer in het onzekere te verkeeren.
Alleen de kennis der oude godsdiensten stelt ons in staat, ver- A
schtjnselen als het Gnosticisme en het Manicheisme te begrijpen;
terwijl de geschiedenis der christelijke dogmen eerst door die

.l
lt 4
Fl
ra