HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 15

JPEG (Deze pagina), 976.40 KB

TIFF (Deze pagina), 9.81 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

‘ ··’-- -­~­~--~·• v-·r..,.,iJ.V_T’j. ·<·· *<<’y-···v­ ww-- ,,.,..,­,.«~~· ­­­­~ ._,·­»~­ ­ .`,, ~. .­­­­­·­ »....­­. .,.- ,.,`_______,,......, ewa,. ,,,.,.0 ,.,, , ,,,,....V __ ,_ _;,_ »_$_;;;; :7,-;, _____',______;__‘__*_________·___`__
M l .
Z 13
k Te recht is men zijn nasporingen met de oudste periode,begon­
nen, en gaat men de verhouding van het Palestünsche Jodendom,
het Alexandrgnsche llellenisme en de godsdienstige beschaving te
. Rome tot het oorspronkelüke Christendom na. Dit is de waarde der
nieuwe wetenschap, in Duitschland als »neutestamentliche Zeitge­
schichte" aan de orde, en waarvoor ook Frankrijk niet te versmaden
bijdragen levert. De belangstelling voor deze dingen is niet tot de
kringen der theologen beperkt: ook geleerden, wier studiën buiten
P het gebied der Christelüke theologie liggen, geschiedvorschers als Fried-
laender, G. Boissier, E. Havet e.a. blüven niet in gebreke te doen
lf opmerken, hoeveel partij men van de door hen medegedeelde ge-
gevens kan trekken voor de kennis van ’tChristendom. Het is voor-
zeker de ongerijmdheid zelf om, gelijk nog onlangs is geschied, aan
Seneca grooter aandeel aan de vorming van ’t Christendom toe te
‘ kennen dan aan Paulus; maar niet minder eenzijdig om voorbü te
Q zien, dat de geestelijke physionomie b. v. der paulinische gemeenten
' de trekken niet verlooohende van het karakter der volken, waartoe
haar leden behoorden. De oorspronkelijk christelijke eschatologie,
l die zich vrijwel in de woorden godsrijk, paroesie en opstanding
I laat samenvatten, werd deels teruggedrongen, deels gewgzigd door
j de aanraking met de heidenwereld. De transscendente gedachte zoekt
i zich te rechtvaardigen voor hen, aan wie zg vreemd is, en slaagt
{ daar niet in dan door zelf aanmerkelüke veranderingen te ondergaan.
§" Ware het Evangelie alleen aan Joden gepredikt, dan zou waarschijn-
E lijk de eschatologie zich niet ontwikkeld hebben in de richting van
j 1 Kor. XV of in die der Johanneïsche leer. Reeds in het N. T. zelf
[ is het evangelie der lleidenen niet een joodsch stelsel, aan de
li volken opgedrongen, maar de verkondiging van Christus in die vormen,
die zich het meest aan de behoeften en toestanden der heidenen
j aansloten; de prediker van zulk een evangelie zegt van zich zelf
ig dat hij » den Grieken een Griek" geworden is.
Met dat al schijnt de lectuur der aposiolische­ en kerkvaders de
waarheid onzer opmerking niet te bevestigen. Daar wemelt het van
·•