HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 12

JPEG (Deze pagina), 953.90 KB

TIFF (Deze pagina), 9.85 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

l
l
l
l
j 10 S
i hetgeen men zonder haar reeds even goed weet! Wie evenwel +
i begrgpt, dat geen enkele theologische stelling op onveranderlgk
gezag aanspraak heeft, en dat integendeel in onzen tgd de theologie
C geroepen wordt haar inhoud aan een grondige herziening te onder- {
werpen, zal bezwaarlijk kunnen loochenen, dat bij dien arbeid van i
P de kennis der odsdienstcn gewichtige diensten te wachten zi°n. 5
p g a zo J
. Daarom bevreemdt het ons niet, dat voorstanders dezer studiën
g van haar begin een nieuw tijdvak voor de theologie willen dagteeke­ {
F nen. Tiele, die ten onzent de banier der godsdienstwetenschap zoo *
wakker en onvermoeid draagt, heeft bi` herhaling voor de uitbrei­
{ a .l a 4,
= din der theologie tot godsdienstwetenscha ‘e leit. Max Müller voor- i
i Q e e P Q P ,
s elt dat er een ti'd zal komen, waarin men de >> theoretische Q _
j P J [
* theologie," zooals wi` haar thans kennen iverouderd, vreenidsoor­ i
D J j
j tig en onbegrgpelgk" zal vinden. Het is hierbij volstrekt niet te doen g
¤ l
om andere godsdiensten ten koste van ’t Christendom te verheffen P
B >
i integendeel is men er van overtuigd, dat ruimer kennis van het ”
j a a q
; godsdienstig geloof der menschheid tot hooger waardeering van het
j Christendom zal leiden.
Q Ook ik houd het er voor, dat onze kennis. van het Christendom ä
ig veel bij den arbeid der godsdienstgeschiedenis kan winnen. Maar wg P
mogen niet vergeten, dat wg hier nog meer met uitzichten dan met ‘
reeds verworven resultaten te doen hebben. De Engelsch­duitsche `
in geleerde, dien ik het laatst aanhaalde, merkt geheel juist op, dat het
E woord godsdienstwetenschap nog »rneer een belofte dan een vervulling `
uitdrukt." Welnu wg gelooven aan de vervulling dier belofte, en zien
die niet met zekeren angst maar met verlangen te gemoet. Doch
voorloo i bli‘ven wi' bedenken, dat het inderdaad nog slechts een
PQ J J Q
j belofte is. De geschiedenis van den godsdienst waarin ook het Chris-
[ _ i
j tendom de plaats bekleedt, die er aan toekomt, kan nog niet ge-
l
schreven worden. Wi' willen niet uit al te _roote bedachtzaamheid
[ J Q
. sceptisch worden, maar toch ook vooral tegen voorbarigheid op onze *
hoede zgn, gedachtig aan het woord van Cicero: »Quid tam teme-
J rarium, tam ue indi num sa ientis ravitate at ue constantia, uam .
, tl Q P Q C1 Ci j
ii .
l l
¥ e
l
i '
i ` I
P1 _ ,