HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 11

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 9.87 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

li
[ P!
9
E denis der godsdiensten al aan de wijsbegeerte van den godsdienst,
fi die op haar beurt er voor te zorgen heeft dat dogmatiek, ethiek
i en andere theologische vakken ontvangen wat zij noodig hebben.
; Toch is het er ver van daan, dat wij de geschiedenis der gods-
j diensten slechts als hulpvak der theologie zouden beschouwen, en
j alzoo in de rg der wetenschappen een zeer ondergeschikte plaats
j aanwüzen. Integendeel maakt zg evenals de politieke en de kultuur-
l geschiedenis aanspraak op zelfstandige behandeling. Geen enkele
Q godsdienstvorm of hij verdient dat men er opzettelük en met onver-
i deelde aandacht kennis van neme. Wanneer wij nu al die godsdiensten
met de vereischte nauwkeurigheid gadeslaan, dringt zich echter van
zelf de vraag aan ons op naar de plaats, welke aan het Christendom
. in die rg toekomt, naar het licht, dat onze studien over dien
godsdienst verspreiden. Daaromtrent wil ik U heden eenige gedachten
mededeelen, en spreken over het belang van de studie der gods-
;, diensten voor de kennis vom het Christendom.
T Niet weinigen zgn van oordeel dat dit belang zich tot een mi-
nimum laat herleiden. Wanneer men de eenmaal vaststaande theo-
logische schemata uitwerkt, wil men wel zijn betoog met enkele
Chineesche of Indische spreuken opluisteren, desnoods zal men
. zich zelfs de moeite getroosten vrij wat godsdienst historisch mate-
riaal büeen te brengen, om te doen uitkomen hoe goed het in
i het aanwezige kader eener geijkte theologie past. Men vraagt
7* feiten, welke gangbare beschouwingen aangaande de geschiedenis
. van Israel of die der oorspronkelijke menschheid staven, of wel
men.poogt voor de kern der Christelüke leerstukken een consensus
gentium te constateeren; maar tot die bescheiden afmetingen beperkt
V men de taak der godsdienstgeschiedenis. Zij bekleedt dan als een
I soort van theologia gentilis naast de theologia Ghristiana een vrü onnutte
I plaats. Indien ik zulk een opvatting ware toegedaan, zou ik niet
4,) begeeren eenige moeite aan de geschiedenis der godsdiensten te
Q besteden. Is er toch üdeler bezigheid denkbaar, dan die met een
lg wetenschap, welke alle moeite zou aanwenden om op te sporen,
¤
a
te