HomeHet belang van de studie der godsdiensten voor de kennis van het ChristendomPagina 10

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 9.87 MB

PDF (Volledig document), 32.00 MB

li
[ P!
8 t
l
een toekomst. Den strijd over den naam, dien zg dom zal dragen, Q.
wil ik niet beslechten. Het komt mij voor, dat de partgen in dat ‘
geding niet onverzoenlijk tegenover elkander staan: althans de i
chrlstelg/te theologie, die het Christendom, en de goolscllenstwetensclzap,
die voorloopig meer de verschillende godsdiensten en later den E
godsdienst in ’t algemeen beschrgven wil, behoeven evenmin elkander l
uit te sluiten als de christelgke geest, die de eerste bezielt, gekant ’{
is tegen den geest der humaniteit, waarvan de tweede doortrekken j
is. Maar al onderscheiden wg ze ook, elkanders medewerking kunnen T
deze twee studiën reeds nu niet missen. Vooral de theologie heeft
de geschiedenis der godsdiensten noodig; dat vak vertegenwoordigt
meer dan eenig ander haar toekomst, gelgk het reeds nu haar i’
omgang met andere wetenschappen levendig houdt. Tot op zekere `
hoogte zou men den arbeid der godsdienstgeschiedenis door het
woord vertalen kunnen kenschetsen. Zgn er wetenschappen, die li
zich met het onderzoek naar de bijzonderheden, met het opsporen
van het ruwe materiaal bezighouden, en anderen, die de haar ge-
leverde grondstoffen bewerken en ordenen, de geschiedenis der
godsdiensten behoort zonder twgfel tot de laatste soort. Het is haar
t omvangrgke taak om uit den arbeid van philologen en ethnologen --
waaraan de beperktheid in kracht en tijd haar beoefenaren verbiedt `
zelfstandig deel te nemen - samen te lezen wat op den godsdienst i
betrekking heeft en dit historisch te verwerken. Die historische t
arbeid bestaat in kritisch zifteh, U€7`g€Z?§·/ïëïl en wtmrcleeren van de
gegevens, welke de genoemde wetenschappen aan het licht brengen. ’
Lichtgeloovigheid welke de kritiek doet verzuimen, valsch vernuft
dat de vergelijking op een dwaalspoor brengt, ongodsdienstige zin
2 die de juiste waardeering van godsdienstige verschijnselen stoort: t
dit zgn de voornaamste klippen, welke wij moeten vermijden. Blgkt g
het dus dat ons studievak eigenlgk onder de historische weten-
T schappen ’t huis behoort, het vormt den overgang tot de theologie, 4,
waarmede het in voortdurend verkeer blgft en waarvoor het van
, groot nut is. Het door haar bewerkte materiaal levert de geschie- Q
7
E .
€*
tl
l l
N g .’