HomeToespraak bij gelegenheid van de overdracht van het rectoraat der Utrechtsche Hoogeschool op 1 Oct. 1877Pagina 12

JPEG (Deze pagina), 799.00 KB

TIFF (Deze pagina), 9.62 MB

PDF (Volledig document), 13.75 MB

10
‘P
feiten, waarop ze dienen te berusten, slechts oppervlakkig
en onvolledig bekend zijn?
Maar de bestemming van het H. O. kan toch niet
zijn, om alle bijzonderheden der wetenschap aan de stu-
deerende jeugd mede te deelen? Met het oog op de
ontzaglijke uitgebreidheid van de leerstof, den korten
voor de studie beschikbaren tijd, de relatief beperkte ver- L
mogens van den menschelijken geest, mag men zich immers
niet alleen, maar moet men zich zelfs beperken tot het
mededeelen der hoofdfeiten, tot het uiteenzetten van hun ge
verband en hunne beteekenis, en tot het overleveren
der methode van vvetenschappelijk, onderzoek!
Wie zoude dit niet gaarne beamen? Maar volkomen
zeker is, dat tot deze schijnbaar kleinere taak niemand Q
werkelijk geschikt is, die niet ook de grootere, desgevor­
derd, zoude kunnen volbrengen. Want niemand kan de
hoofdfeiten, hun verband en hunne beteekenis volkomen l
beoordeelen, noch de methode van wetenschappelijk onder-
zoek degelijk ondervvijzen, die niet zelve aan de hand »
dier methode tot in de üjnste bijzonderheden weet afte-
dalen en herhaaldelijk afgedaald is, met één vvoord, die l
niet zelfstandig heeft leeren onderzoeken!
Zelfstandig onderzoek wordt echter - afgezien van
geheel buitengewone gevallen ~ in onzen tijd onmogelijk,
wanneer de Hoogleeraar verschillende wetenschappen gelijk­
matig en gelijktijdig dient te omvatten. Er wordt dan,
om aan den opgelegden eisch te voldoen, niet meer uit w