HomeHet raadsel der ervaringPagina 29

JPEG (Deze pagina), 845.01 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 44.29 MB

E
27
als de laatste uit de eerste te willen afleiden. Zij hangen
‘ samen als twee helften van één geheel en verschaffen
Q beiden rechtstreeks kennis van werkelükheid.
g Helmholtz is van den grooten meester afgedwaald, waar
hij de werkelijkheid van het niet­ik slechts eene zeer aan-
l nemelijke hypothese acht, het meest volstrekte idealisme
onwederlegbaar noemt en ten slotte toegeeft, dat de
l mensch misschien slechts droomt van vreemd bestaan.
l Hij had er aan behooren toe te voegen, dat het misschien
9 eveneens slechts een droom is, dat wij zelve bestaan. _
, Willen wij niet door de macht der logica verplicht worden
ä de rol van een waanzinnige te spelen, dan moeten wij
[ zeggen, dat wij met hetzelfde recht den inhoud onzer
l Q gewaarwordingen van aanraking, druk, tegenstand enz.
op werkelijke dingen te huis brengen, als wij die gewaar-
’ wordingen zelve onze toestanden noemen. De groote
` schare heeft gelijk, wanneer zij meent, dat de mensch
door zijne gewaarwordingen met de dingen zelve
verkeert, niet maar met zijne eigene ideeën. Ons be- t
wustzijn reikt verder dan ons zijn; het is niet meer
de vraag, hoe dat mogelijk is, want wij weten thans
dat het zoo wezen moet, dat dit de conditio sine qua
non van kennis is. Het is eene dwaling de wereld der jl
verschijnselen als eene wereld van bloote voorstellingen E
aan de werkelijkheid over te stellen; de wereld der ver- ‘
’ schijnselen is de werkelijke wereld zelve, natuurlijk in
hare betrekking tot ons bewustzijn.
In hare betrekking tot ons bewustzijn! Dit toevoegsel ä
is de waarheid, waarvan het idealisme de caricatuur mag l
heeten, maar door hetwelk de kracht van het realisme niet E
tx wordt gebroken; want wie vraagt wat eenig ding op zich
zelf , buiten alle betrekking tot andere dingen is, verstaat l
zich zelf niet. Hij hunkert naar een ideaal van kennis, j
» ` l
l