HomeHet raadsel der ervaringPagina 28

JPEG (Deze pagina), 817.75 KB

TIFF (Deze pagina), 7.13 MB

PDF (Volledig document), 44.29 MB

J
26
komt, dat al wat inhoud onzer gewaarwordingen is,
dat de geheele wereld in die hersenen steekt. j
Wie zoo redeneert, is het slachtoffer van den dubbel- 6
zinnigen term: buiten ons. Men kan daarmede bedoelen: `
wat buiten ons lichaam is. Men kan er mede aanduiden:
wat onafhankelijk van onze waarneming bestaat. Wie in E
den laatsten zin aan onze kennis van eene buitenwereld
twijfelt, beantwoorde mij de volgende vraag: indien wij {
enkel ons zelve zagen, hoe zouden wij dan weten, dat t
wij ons zelve zagen?
Gelijk noord en zuid, zoo behooren zelf en niet-zelf
bij elkander. Zelfbewustzijn onderstelt juist dit, dat men
onderscheid maakt tusschen zich zelf en vreemd bestaan. ä
Acht gij het noodig de werkelijkheid van het niet-zelf te - ,
bewijzen, dan moet gij u tevens verplicht rekenen uzel- l
ven te betoogen, dat gij zelf bestaat.
Een wijsgeer, in wien de duivel der demonstreerwoede .
gevaren was , de al te degelijke Wolff, heeft het inderdaad
beproefd, en niet tevreden met het eenvoudige: cogito
ergo sum, er deze sluitrede voor in de plaats gesteld:
al wat denkt bestaat; ik denk; dus: ik besta. Maar het
zou u eer mogelijk zijn den major van dien syllogisme
te verwerpen , dan uw eigen bestaan te betwijfelen. Welnu .
dezelfde zekerheid, die we hebben van ons eigen bestaan,
bezitten we ook van het bestaan der zon. Wij kunnen
vragen hoe zij bestaat, of zij wel het intens warm lichaam “r,
is, waarvoor zij gemeenlijk gehouden wordt, maar dat
_ zij bestaat en in verhouding tot ons een zelfstandig wezen
is, weten wij. De zinnelijke waarneming, die ons vreemde
voorwerpen toont, staat, gelijk de diepe blik van Kant
erkende, met de innerlijke waarneming, welke ons het
eigen bestaan openbaart, op gelijken voet, en 'het is om ·*,
die reden eene even groote fout de eerste uit de laatste
l