HomeHet raadsel der ervaringPagina 27

JPEG (Deze pagina), 838.66 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 44.29 MB

25
al onze voorstellingen in ons brein gevormd worden, in
een goed gesloten doos, welke voor de stralen van het
Q, licht ontoegankelijk blijft. Men leidt daaruit af, dat de
wereld, die wij meenen buiten ons te zien, enkel eene
ingebeelde wereld is, en dat de werkelijke buitenwereld,
indien zij, wat problematisch is, bestaat, door eene on-
‘ doordringbare muur van ons gescheiden blüft.
Ik moet er rond voor uitkomen, dat het mij al zeer
ongepast schijnt de physiologie als getuige voor het idea-
lisme op te roepen. Wie het doet, werpt de geheele
physiologie omver en haalt zoo een streep door eigen
rekening. Want indien onze gewaarwordingen ons niet
verhalen van eene realiteit buiten ons, hoe is dan de
physiologie in staat te leeren door welke uitwendige
4 middelen, trillingen van een aether, beelden op een
netvlies, prikkelingen van eene gezichtszenuw, gewaar-
i wording b. v. van kleur wordt te voorschijn geroepen?
Er is meer. Volgens den idealist zijn wij de prooi eener
onophoudelijke illusie; wij verbeelden ons naar buiten te ,
zien, terwijl wij feitelijk alles in ons vinden; de maan,
die schijnt, is een maan in onze hersenkas, en het
vogeltje, dat zingt, is een vogeltje in ons hoofd. De ,
zoogenaamde projectie naar buiten is hier een groot
. probleem. Voor mij bestaat dit probleem zelfs niet. Nu ·‘
_ wij eens dingen in de ruimte waarnemen, spreekt het ll
i" wel van zelf, dat wij niet alles op dezelfde plaats, maar
partes extra partes, gindsche muur buiten ons hoofd en l
gindschen boom buiten de muur aantreffen; want dat is g
juist het eigenaardige van waarneming in de ruimte.
Het is al zeer onverstandig eene uitgebreide massa, de
hersenen, als geboorteplaats der gewaarwordingen te
E erkennen, en vervolgens te zeggen, dat wie een kijkje Ef
C achter de coulissen neemt, tot de verrassende ontdekking j
al