HomeHet raadsel der ervaringPagina 23

JPEG (Deze pagina), 835.62 KB

TIFF (Deze pagina), 7.40 MB

PDF (Volledig document), 44.29 MB

u
li 21
l Hier valt een helder licht op de leer der zoogenaamde
L aangeboren begrippen.
Bestaan er ideeën, welke, zooals Cartesius meende,op
dergelijke wijze een oorspronkelijk bezit des geestes zijn,
als b. v. de aanleg tot een zwaren baard of de kiem eener
ziekte van nature in ons lichaam aanwezig kan zijn?
` Wij behoeven die romaneske hypothese niet, om het feit
der menschelijke kennis te verklaren. Van al onze be-
grippen kunnen wij toonen, dat zij in de school der er-
` varing opgedaan, door waarneming der verschijnselen en
door nadenken over het waargenomene verkregen zijn.
Toch staat de mensch in zeker opzicht als profeet
tegenover de werkelijkheid. Het is omdat hij a priori in-
ziet, hoe de werkelijkheid moet zijn ingericht, zal zij
i - voor hem begrijpelijk zijn. De wet van ons bewustzijn is:
verbindende identiteit. Zal de natuur dus passen in het
{ kader van dat bewustzijn, dan moet zij in de eerste plaats
', als samenhangend, als een stelsel van dingen en gebeur-
ïl tenissen, in de tweede plaats als identisch, als aan zich
jl zelve gelijk blijvend, dus als een behoudend stelsel kunnen
ii worden opgevat. In dien zin schrijft het verstand aan de
natuur wetten voor. Maar enkel de ifeiten kunnen leeren,
in hoever de natuur aan de eischen van het verstand 2
beantwoordt. p
Men zegt: de onderstelling der ouden, dat er geen stof,
de onderstelling van Cartesius, dat e1· geen beweging der
stof verloren ging, was een bloot vermoeden. Het zij zoo;
maar dan toch een uiterst. merkwaardig en voor de weten-
schap zeer vruchtbaar vermoeden. Want ook op het gebied 1
der wetenschap geldt de spreuk: enkel wie klopt, dien zal l
worden opengedaan, enkel wie zoekt, zal vinden. Het zou l
droevig met de ontwikkeling onzer kennis geschapen staan , 3
indien er alleen »vaticinia post eventum" mogelijk waren. `
l
ll M ë
#l .
l lt