HomeHet raadsel der ervaringPagina 21

JPEG (Deze pagina), 833.05 KB

TIFF (Deze pagina), 7.36 MB

PDF (Volledig document), 44.29 MB

W 19 `
' Ik zeg: de objecten, niet de dingen. Dat er dingen
onafhankelijk van ons bewustzijn bestaan, en dat zij door
* hunne werking op ons tot ons bewustzijn komen, daar-
aan werd door Kant niet getwijfeld. Hij erkent zelfs, dat
jl er eene orde, liever gezegd eene wanorde der natuur
denkbaar ware, waarbij de wet des bewustzijns geen ge-
` legenheid tot werken zou hebben en zoo ons verstand op
nonactiviteit zou blijven. Werden nooit gelijke of gelijk-
soortige gewaarwordingen in ons te voorschijn geroepen,
K ware het cinnaber nu eens rood, dan weder zwart, hier
licht, ginds zwaar, kon de mensch beurtelings de ge-
stalte van allerhande dieren aannemen, bloeiden appel-
boomen ook wel eens in den herfst en droegen zij soms
in de lente vruchten, rn. a. w. bestond er geen regelmaat
in de natuur, dan zou het onveranderlijk bewustzijn, het
á boven verschil` van tijd en ruimte verheven verstand ook
, niets herkennen, niets begrijpen, nergens eenen regel van
verbinding ontdekken, en zoo een dood, onontwikkeld,
l ons zelven onbekend vermogen zijn.
Nu de verschijnselen van dien aard zijn, dat zij passen
j binnen het raam van het verstand, is dat verstand de bron
i· van alle objectiviteit. Wat toch is een object? Het object
van gewaarwordingen is iets, waarop wij de gewaarwor-
j dingen te huis brengen en hetwelk onafhankelük van haar
‘, bestaat, iets dat er is, afgezien van zijne openbaring in .
het bewustzijn.
· Doch als zoodanig, buiten ons bewustzijn, heeft het j
j geen waarde voor onze kennis, is het een X, waar wij j
ij niets bij kunnen denken. Het erlangt eerst beteekenis
jl voor onze kennis, wanneer wij het beschouwen als datgene, i
wat onze gewaarwordingen bepaalt. In de erkenning van `
L een objectieven oorsprong onzer gewaarwordingen ligt dan
ig`, 2* ·
{i è
il t
lt l