HomeHet verband der staatwetenschappenPagina 38

JPEG (Deze pagina), 772.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.64 MB

PDF (Volledig document), 29.32 MB

Y
36
betrekking, waarin ik tot U sta, iets vermindert van é
de piëteit, die ik U schuldig ben. Tot U, hooggeleerde
F ruin, dien ik mijn vriend mag noemen, richt ik een . _
woord van warmen dank; niet alleen voor de welwil­
~ lendheid, waarmede Gij mij ten allen tijde in den
schoot van uw gezin hebt opgenomen; of voor de be-
langstelling, waarmede Gij de vele wisselingen van
mijn lot hebt gevolgd; maar bovenal voor de kalme be- "
zadigdheid van uw oordeel, waardoor Gij mij den weg
van grondig onderzoek hebt gewezen en, wellicht on-
bewust, voor afdwalen door te vroege en te stoute
sprongen hebt behoed. Door U, als promotor, werd ik
eenmaal uitgeleid uit de eerste periode van mijn acade-
mieleven; Gij wilt mij thans inleiden in het tweede en
belangrijker tüdperk; zulke herinneringen vlechten blij- *
vende banden; moge ons samenwerken ze steeds ver- ·
sterken! _j
Het is met diepen weemoed, dat ik op deze plaats
een enkel woord van hulde wijd aan den eenigen, dien j
ik in uw midden niet wedervind, den vroeg ontslapen
van Rees; zijn vriendelijk beeld en aandoenlük heen- ij
gaan kan ik heden niet uit müne gedachten verbannen; M
zijn ijver en hulpvaardigheid zullen mij een opwekkend
voorbeeld blijven. f
Hooggeleerde Pols, die mij slechts weinige weken
zijt voorgegaan in de aanvaarding van uw ambt; ik
neem de hand, die Gij, mijn meerdere in kennis en Q
jaren, mij zoo welwillend hebt aangeboden, gaarne aan ‘
en zie daarin een waarborg voor onze vriendschap in ·
de toekomst. ‘
Tot U eindelijk, hooggeleerde Hamak er en d’Aul­
nis, tot wie ik en door mün leeftijd en door den aard
mijner studiën in nauwer betrekking sta, heb ik slechts